Mijn TransAlpine Run

sportograf-69186068_lowresTransAlpine Run 2015

Van 29 augustus – 5 september 2015 liep ik de TransAlpine Run, de beruchte ‘westroute’ door de Alpen, van Oberstdorf in Duitsland naar Sulden in Italie, samen met Barry. Mensen vragen me: was het leuk? Nou…. zo zou ik het absoluut niet omschrijven. Wel was het bij vlagen schitterend, indrukwekkend, ontroerend, confronterend, alles overtreffend, teleurstellend, …. Lezers die graag de lange versie willen: hier mijn verslag!

Etappe 1, Oberstdorf – Lech

sportograf-69184737_lowresIk ben zenuwachtig. Waarom? Net zo goed als de andere deelnemers kan ik de ene voet voor de andere zetten en dat een heleboel keer achter elkaar herhalen. Mijn rugzakje is goed gevuld met verplichte en nuttige inhoud. Het is mooi weer en ik heb de beste teammaat die je je kan wensen: mijn man, mijn maatje waarmee ik bijna 15 jaar getrouwd ben, met wie ik ontelbare trainingskilometers geklokt heb. We kennen elkaar door en door.

Maar het hoort bij mij: zenuwachtig zijn. En niet van het soort zenuwen dat weer ‘van je af valt’  zodra je eenmaal bezig bent. Dat gebeurt mij jammer genoeg nou nooit. Van start tot finish heb ik vandaag een verhoogde hartslag en mijn onderrug staat pijnlijk strak aan het eind van de dag. Ik weet dat het wel een keer voorbij gaat en daar wacht ik geduldig op, vandaag, terwijl ik rechts voor links, links voor rechts blijf zetten.

Start van de eerste etappe
Start van de eerste etappe

We rennen Oberstdorf uit via de plaatselijke streekproductenmarkt en gaan in zuidelijke richting, richting Oostenrijk, Zwitserland en Italie. We komen langs een meertje dat we tijdens een wandeltocht in de buurt al aandeden. Het pad glooit een beetje richting de eerste klim. Het klimmen gaat, ik voel me niet zo in het diepe gegooid als tijdens de eerste klim van de 4Trails etappe die ik eerder dit jaar liep. Wel is het heel warm, zo’n 30 graden, veel zweten en veel drinken dus.

De eerste klim
De eerste klim

Ik ervaar de etappe als heel zwaar, hoewel na de eerste lange klim naar de Fidereschatte alleen nog korte stukjes klimmen afgewisseld met afdalingen volgen. De single tracks zijn technisch waardoor mijn daalsnelheid wat tegenvalt – hoewel we de mensen die we met klimmen bij kunnen houden, met dalen toch de een na de ander inhalen.  Tussen de twee verzorgingsposten zit veel tijd, waardoor we bijna door onze watervoorraad heen raken en besluiten even te stoppen voor een groot glas cola bij een berghut.

Klim naar de Fiderescharte
Klim naar de Fiderescharte

Na bijna 7 en een half uur zien we van bovenaan de afdaling onze finishplaats, Lech, liggen. In totaal kost de etappe van volgens mijn Suunto 33,7km en 2187hm ons 7:33u. Ik ben kapot!

Maar finishen wil in de TransAlpine nog niet zeggen dat je klaar bent. Snel je hotel vinden, inchecken, Suunto’s en smartphones aan de opladers, douchen, naar de pasta party, in de rij staan, eten, prijsuitreiking, briefing, massage, spullen klaarleggen voor morgen, tas inpakken en naar beneden brengen voor de bagage transfer, en na dat alles vroeg naar bed want de volgende dag moet je weer om een uur of 5, 6 op!

Etappe 2, Lech – St Anton

Uitzicht bij de eerste verzorgingspost

Okee, niet meer zenuwachtig. Ander positief feit vandaag: we lopen veel aan de schaduwkant van de bergen, heel prettig omdat het weer zo’n 30 graden wordt. Wel zorgwekkend vandaag: de tijdslimiet staat volgens onze inschatting heel scherp. We rennen dan ook de eerste kilometer flink door, zodat we als de klim begint zo’n 100 man achter ons hebben – als we dan te langzaam lopen, maken we toch grote kans door te mogen omdat ze niet snel zoveel deelnemers tegelijk zullen diskwalificeren. Maar dat kan toch wel degelijk de consequentie zijn van het overschrijden van de tijdslimiet, die gecontroleerd wordt bij de verzorgingsposten!

Voorbij een lieflijk bergmeertje gaat het steil omhoog....
Voorbij een lieflijk bergmeertje gaat het steil omhoog….
sportograf-69195465_lowres
Ik ga kapot op deze klim…

De eerste post bereiken we 10 minuten voor sluitingstijd. Weinig tijd voor foto’s vandaag, we moeten door door door! Er volgt een klim die beestachtig steil is en die heel serieus wordt nadat we een liefelijk blauw bergmeertje gepasseerd zijn. De klim is niet zo lieflijk. Gemiddeld 30% maar met stukken van boven de 40%. Allemaal rots en steen, stukjes klettersteig en handen- en voetenwerk. Ik ga kapot op deze klim

Even afkoelen!
Even afkoelen!

Hoewel ik genoeg probeer te eten, vooral in de vorm van gel, zuigt deze berg de energie uit mijn benen. Nog voor we op de top van de Valvagerjoch (2543m) zijn, wordt duidelijk dat we de limiet van de volgende verzorgingspost, een stukje voorbij de top, niet gaan halen. Barry stresst, ik ben gelaten: harder kan ik niet. De fotograaf vlak onder de top kan ik wel slaan – maar ik heb er geen tijd voor. Lachen voor de camera zit er nu even niet in, de energie ontbreekt.

Tijd om even om ons heen te kijken bovenop de top is er niet, we rennen naar beneden en bereiken de post 10 minuten na de tijdslimiet. Niemand spreekt ons erop aan; we mogen blijkbaar gewoon door! Later blijkt dat er een uur tijd is toegevoegd. Toch zijn er die dag een team of 30 uit de race gehaald. Gelukkig horen wij daar niet bij. Na een eenvoudige afdaling over grindweggetjes en wandelpaden komen we na 24,5km en 1972hm in iets minder dan 6 uur in st Anton aan. Wederom kapot; niet alleen ik, maar mijn schoenen beginnen ook scheuren te vertonen! Na de finish hebben we door de kortere etappeduur wel tijd voor een ijsje en om even heerlijk in een vijver de benen af te koelen.

Etappe 3, St Anton – Landeck

Weer zo'n warme dag
Weer zo’n warme dag

Weer zo’n warme dag. De eerste klim voel ik me prima, maar al snel daarna begint mijn maag op te spelen. Eerst voel ik honger, nadat ik wat gegeten heb volgt aanhoudende misselijkheid. De reep die ik heb binnengewerkt blijft vervelend in mijn maag zitten en wordt niet vertaald naar energie voor mijn benen. Gedurende de afdaling begint zich in m’n hoofd een gedachtestroom te vormen: Dit is eigenlijk helemaal niet leuk. Dag 1 was zwaar, dag 2 was zwaar en nu is dag 3 ook weer zwaar. Ik ben misselijk. Als ik nou ook nog moet overgeven straks! Dit is niet leuk.

En daar is de gedachte aan opgeven. Bij de eerste verzorgingspost kap ik er misschien wel mee. Want dit is helemaal niet leuk zo. Ik heb niet eens tijd voor een fotootje, of om even te blijven staan bij een mooie plek, om de omgeving in me op te nemen…

Zo'n mooie afdaling en dan denken aan opgeven
Zo’n mooie afdaling en dan denken aan opgeven

Ik merk wel dat ik in een negatieve gedachtestroom zat. Daar kan mijn lijflied, Always look on the bright side of life, bij helpen! Inderdaad, zolang ik dat ik m’n hoofd blijf zingen houdt dat de negativiteit op afstand. Maar telkens weer komt de gedachte aan opgeven in me op. Als ik nou straks moet overgeven… dan ga ik echt niet verder! Dat is een legitieme reden om te stoppen!

In de afdaling doe ik het rustig aan omdat elke stap naar beneden m’n misselijke maag nog verder door elkaar schudt. Barry moppert over het slakkentempo, waarop ik out of the blue zeg: “misschien stop ik er wel mee straks bij de post!” Barry schrikt zich rot, die had natuurlijk geen idee. Dit speelde zich allemaal uitsluitend in mijn hoofd af, eigenheimer die ik ben.

Bij de post aangekomen sta ik even ongegeneerd te janken. Ik word door verschillende mensen aangemoedigd. Agnes zegt: dit is een dieptepunt, hier moet je even doorheen, jij kan dat! En daarna wordt het beter. Haar woorden maken indruk, er zit jarenlang trailervaring achter. Ik probeer iets te eten, het lukt om wat cola te drinken en ik werk al kokhalzend maar weer een gel naar binnen. Een paar keer diep ademhalen en weer verder.

Geen oog meer voor de omgeving
Geen oog meer voor de omgeving

Vandaag gelukkig geen strenge limieten; we geven mijn lichaam en geest een break en wandelen de eerste paar kilometer op vlak terrein langs de rivier. Daarna gaat het weer wat beter en gaan we weer rustig tempo hardlopen. Iets anders dan gelletjes krijg ik vandaag niet binnen, maar dat is voldoende om de etappe te kunnen uitlopen. Van de 42,5 km en 2144hm herinner ik me verder weinig tot niets meer. Maar uiteindelijk bereiken we na 8:11u dan toch de finish in Landeck.

De finish in Landeck
De finish in Landeck

Op dat moment weet ik nog niet of ik wel verder wil, de volgende dag. Maar na een goed gesprek met mijn trainer Jan Strijker zag ik het wel weer zitten. Goed eten en goed uitrusten was alles wat ik moest doen. En Barry mag me vooral niet opjagen, prent Jan me in. Hij loopt met mij in een team en moet mijn tempo lopen! De pasta party slaan we deze keer over; in plaats daarvan eten we in alle rust bij ons hotel, waarna ik op de massagetafel half lig te slapen en daarna snel echt naar bed ga. De wekker gaat om 5 uur weer…

Dag 4, Landeck – Samnaun

Bijna boven op de Fisser Joch
Bijna boven op de Fisser Joch

Na de zenuwen van de eerste dag, de haast op de tweede, en de misselijkheid op de derde dag ben ik niet bepaald in topvorm voor deze koninginne-etappe. Het begint vandaag met een paar kilometer glooiend terrein, om daarna rechtsaf de berg op te gaan voor de langste klim van de TAR: 1600 meter achter elkaar, naar de Fisserjoch van 2432m. Het is gelukkig koeler weer, en niet zo’n steile klim als die van dag 2.  

Mentaal gaat het goed!
Mentaal gaat het goed!
We dalen een stukje
We dalen een stukje

Fysiek voel ik me tijdens de eerste klim nog wat slap, maar ik ben mentaal best wel in goede doen; vraag me niet waar dat ineens vandaan komt, maar het is zo. Barry ziet parcoursopruimers achter ons lopen en maakt zich daar zorgen over; mij kan dat niet deren, we lopen ruim binnen de tijdslimieten en ik wil een rustig tempo aanhouden. Dan wachten ze maar op ons. Na deze klim volgt nog het een en ander, dus ik spaar mijn krachten!

Na drie en een half uur staan we bovenop de eerste klim. Het is kaal en winderig. Op aanraden van Jan neem ik soep, ik moet zouten aanvullen. Daarna watermeloen. Na het eten voel ik me beter. We dalen een stukje, maar niet ver, we blijven vandaag

Ochsenscharte: het hoogste punt!
Ochsenscharte: het hoogste punt!
Ruig met ontelbare beekjes....
Ruig met ontelbare beekjes….

de hele dag in hoogalpien terrein totdat we afdalen naar de finish. Het is schitterend daarboven. Rotsachtig, ruig, met diepe gaten in de grond waar je goed voor op moet passen, maar bevolkt door schattige koeien en doorkruisd door ontelbare heldere beekjes, waar we af en toe uit drinken.

We lopen ongeveer een half uur voor de tijdslimieten uit, en maken ons daar af en toe wel wat zorgen over, maar bereiken de verzorgingsposten steeds op tijd. Na zeven en een half uur bereiken we de hoogste top van vandaag, de Ochsenscharte, 2787 meter hoog. Aan beide kanten een weids uitzicht en in de nabijheid niets dan rots en steen en een paar meertjes.

Na deze klim volgt de afdaling naar de Zwitserse grens. Het eerste stuk gaat over een grillig bergpad, dat niet vriendelijk is voor mijn maag (die is nog steeds gevoelig voor de schokken die je lichaam doorstaat bij het maken van grote afstappen), maar verderop wordt het een onverharde weg.

Wat een landschap
Wat een landschap

Na de verzorgingspost, op de grens met Zwitserland (hoewel je daar niets van ziet), volgt nog een glooiend stuk langs een woeste rivier, door weilanden langs de voet van een berg en door kleine dorpjes. We bereiken Samnaun net voordat het hard begint te regenen. 45km, bijna 3000hm in 9:51u.Bij de finish eet ik brood met harde, zoute worst, mijn lichaam eist dat hoewel ik normaal geen vlees eet. We zitten in de stromende regen onder een grote parasol in ligstoelen van Gore-Tex. De worst is heerlijk.

Met de hersteldrank heb ik even later meer moeite, die maakt me helaas toch weer misselijk. De pasta party, bovenaan een kabelbaan, is druk en de pasta niet lekker, ik krijg alleen wat soep naar binnen.

In de afdaling
In de afdaling

Na de massage voel ik me weer beter en eet ik alsnog een pizza voor het slapen gaan.  Etappe vier in the pocket, we zijn over de helft! Aan opgeven denk ik niet meer. Ik heb weer goede hoop dat het gaat lukken.

Dag 5, bergsprint Samnaun

We verblijven twee dagen in Samnaun en dat geeft rust. We hoeven onze bagage niet af te leveren en zitten in een riant appartement midden in het dorp. Bovendien hoeven we pas om half 11 te starten. Het is maar 10 graden en het regent weer hard, dus we hebben onze volledige regenuitrusting aan. Het is nog altijd beter dan 30 graden, vind ik.

Het is mistig...
Het is mistig…

We vertrekken in paren, als een wielertijdrit, en als wij mogen starten rent Barry meteen bij me weg. Prima. We hebben afgesproken dat we ons eigen tempo lopen, vandaag is de enige dag dat we volgens het reglement niet bij elkaar hoeven blijven. Even je eigen ding doen is ook wel lekker. Barry strekt even zijn benen, ik doe het iets rustiger aan. Dit is mijn rustdag.

Modderige klim
Modderige klim

Het parcours is eerst 2km nagenoeg vlak, daarna buigt het naar links de berg op; dezelfde berg waar we gisteren de pasta party hadden. Die is 2500m hoog, dus 700 meter klimmen in 3,5km ongeveer. Het is te doen. Het regent wat minder nu, maar het is mistig, er valt niet veel te zien. Er groeit gras, maar verder is de helling kaal, er staat geen enkele boom. Het pad is erg modderig. We klimmen in een lange rij, af en toe komen er snellere lopers achterop, de snelste vertrekken als laatst. Philipp Reiter dartelt in een berenkostuum over het pad, maakt foto’s en moedigt ons aan. We komen langs een mooie waterval, vast nog mooier als het niet zo mistig was dat je ‘m amper zag.

Waterval en tricky paadjes
Waterval en tricky paadjes
Ik eet worst!
Ik eet worst!

Na 1:26u ben ik boven. Net op tijd om de omroeper te horen zeggen dat Henrieke Prins voorlopig eerste dame is en David Hemstede voorlopig eerste man! Dat blijven ze niet, maar wel leuk om twee Nederlandse namen door de speakers te horen. Later blijkt ook de definitieve uitslag een Nederlandse: Tim Pleijte en Ragna Debats winnen de bergsprint!

Ik eet bij de finish alweer worst en brood. Ik voel me best goed, maar dit keer is Barry niet zo lekker en wil hij snel weg van de erg drukke pasta party. We gaan naar beneden en eten heerlijk rustig in Samnaun. Ook niet verkeerd. Die pasta parties zijn blijkbaar niet zo aan ons besteed. Wel jammer dat we de prijsuitreiking missen dit keer….

Dag 6, Samnaun – Scuol

Samnaun in het morgenlicht
Samnaun in het morgenlicht

Eindelijk voel ik me gewoon een keer goed. Niet zenuwachtig, misselijk, moe of wat dan ook. Nergens pijntjes, de masseuse vond mijn benen gister ‘Traumbeine’! We vertrekken om 8 uur uit Samnaun, dat boven 1800 meter ligt, en de lucht is ijl. Veel mensen hebben moeite met ademen.  Ik merk er ook wel iets van, maar hinderlijk is het niet. De eerste klim begint vriendelijk en niet steil. Het weer werkt na de zondvloed van gisteren ook mee: het is droog met een zonnetje en wat wolken hier en daar.

De wolken hangen onder ons in het dal
De wolken hangen onder ons in het dal

Al snel hangen die wolken onder ons in het dal. Een schitterend gezicht. Het landschap is mooi, ik voel me in alle opzichten goed: eindelijk ben ik eens aan het genieten onderweg! Agnes heeft het vandaag zwaar en we blijven bij haar en Henrieke lopen.

Met Agnes en Henrieke
Met Agnes en Henrieke

We klimmen naar de Zeblasjoch die 2539m hoog is. Daar is de eerste verzorgingspost. Kort daarop volgen nog twee toppen, de middelste is maar liefst 2752 meter hoog. We lopen lang over bergpaadjes door grassig terrein en steken veel beekjes over, al dan niet met simpele planken bruggetjes. De opstap vanuit een rivierbed was zo hoog dat ik er niet op kwam: gelukkig gaf een loopster achter mij me een kontje, op mijn beurt trok ik haar omhoog en daarna hielpen we samen Agnes. Woman power!

Philip Reiter zette ons op de foto
Philip Reiter zette ons op de foto

Na een lange afdaling en de tweede post volgt een stukje over glooiende paadjes door lager terrein; bergweides met bomen en beekjes. Philipp Reiter maakte, verscholen in een oud schuurtje, een mooie foto van mij en Henrieke. De laatste klim naar Fuorcla Champatsch is een lange, eindeloos voelende klim. Misschien helpt het mij niet als er niets dan rotsen om je heen zijn. De omgeving ziet er niet bepaald uit alsof die je vriendelijk gezind is…

Het pad wordt steiler en steiler
Het pad wordt steiler en steiler

Ik trek het klimmen op zich wel, ook naar deze top met de vreemde naam, maar het is niet erg bemoedigend om voor je uit dat pad te zien opdoemen, dat niet vriendelijk slingert maar recht omhoog gaat en steiler en steiler wordt, met ver, ver boven je kleine figuurtjes. Vanaf de top bereikt ons het geluid van koebellen: de aanmoedigingen van het medical team.  Iets om je aan vast te houden.

Eenmaal boven laten Barry en ik ons trots op de foto zetten. We zijn overwinnaars! Op de afdaling die volgt laten we Henrieke met Agnes achter. We willen ons eigen tempo lopen op deze afdaling van maar liefst 1500m lang. De 3e verzorgingspost ligt een stuk onder de top.

Op de top!
Op de top!

We lopen van bovenaf door een wolk heen; even is het mistig, maar eenmaal erdoorheen blijkt het een fikse regenwolk te zijn. Gelukkig hadden we onze regenjassen al aan. Bij de post aangekomen wordt het zelfs hagel en we schuilen even tot het ergste voorbij is. Ik maak me zorgen omdat Agnes er nog steeds niet is, terwijl wij daar al een tijdje staan – maar Luc wacht op haar en wij besluiten verder te gaan.

De afdaling is nog steeds geen probleem
De afdaling is nog steeds geen probleem

De benen kunnen op deze zesde dag de afdaling nog steeds prima aan. We halen veel mensen in, trailrunners die wandelen en ons nog heel erg fris vinden. Scuol is een schilderachtig plaatsje. De oude huisjes zijn met schilderwerk versierd en staan kriskras door elkaar in nauwe klinkerstraatjes. We slingeren door Scuol naar beneden en steken de rivier over. Op een rots middenin de rivier staat een kerkje. De finish bereiken we na bijna 37km en 2160hm in 7:43u.

Scuol, een schilderachtig plaatsje
Scuol, een schilderachtig plaatsje

’s Avonds regent het flink en de pasta party is alleen met een kabelbaan te bereiken. Vanaf ons hotel naar de kabelbaan is het 3 kilometer lopen. Daar zien we vanaf; het wordt weer een restaurant. 

 

Dag 7, Scuol – St Valentin

We volgen een woest riviertje
We volgen een woest riviertje

Iedereen staat weer min of meer fris aan de start. Ik voel me goed. Agnes, nadat ze het gister zo zwaar had, voelt zich ook weer redelijk. We gaan vandaag naar Italie. We verlaten Scuol over de voetgangersbrug hoog boven de rivier, met nu rechts van ons dat kerkje op die rots. Wat is het hier toch mooi.

Vandaag staat in het teken van onvoorstelbaar mooie landschappen. Eenmaal Scuol uit begint de route met een klein stukje bergaf, waarna we een woest riviertje volgen, een smal ravijn in. De eerste kilometers lopen we over een overharde weg. Er is een stuk weg verzakt, verderop, dus de eerste verzorgingspost is een stuk dichterbij dan de bedoeling was. We eten en drinken wat maar niet veel, we zijn pas net onderweg.

Magnifiek
Het riviertje ligt steeds dieper onder ons

De weg wordt een weggetje en dan een pad. Het riviertje kolkt en buldert over de rotsen, overal zijn kleine stroompjes en watervalletjes die het versterken. Ik geniet met volle teugen.

Het pad loopt langs een rotswand die steeds hoger wordt. Het pad klimt mee, het riviertje ligt steeds dieper onder ons. Een waterval klatert over een afdakje, wij moeten er onderdoor. Het pad is nu uitgehakt in de rots, vaak is er onder, links, en boven ons rots. Af en toe lopen we zelfs door een grot, water drupt van het plafond. Het ravijn wordt dieper en dieper, we zijn nietig in de natuur. Het is ontzagwekkend.

Je merkte nauwelijks op dat je aan het klimmen was
Je merkte nauwelijks op dat je aan het klimmen was

Je zou bijna vergeten dat we aan het klimmen zijn, maar dat komt ook doordat het niet zo erg steil is. Ook aan dit schitterende pad komt helaas een eind; het ravijn verbreedt zich en komt uit op een uitgestrekte alpenweide. We zijn op zo’n 2300 meter en blijven een tijdje op ongeveer die hoogte. Er lopen bonte koeien hier, en overal doorkruisen heldere stroompjes het landschap. Middenin dit verlaten landschap staan drie mannen in uniform; een Zwitser en twee Italianen – de grens!

Drie kanten rots
Drie kanten rots

We dalen langzaam iets af naar de volgende post, die op 25km van de start zou moeten liggen. Maar het duurt langer. Ik krijg wat trek, maar omdat ik denk dat de post om elke bocht kan liggen, neem ik niets. Fout! Het duurt zeker twee kilometer langer dan verwacht, te lang voor mij om in dit terrein en op deze hoogte met een lege maag te lopen.  

Door grotten heen
Door grotten heen
In de weilanden...
In de weilanden…

Eindelijk is de post in zicht. Tot overmaat van ramp komt een van mijn stokken tussen een klaphekje, dat een erg sterke veer heeft, en breekt doormidden. Door deze tegenslag bovenop de honger zie ik het even niet meer zitten… Gelukkig zijn Henrieke en Agnes ook nog bij de post en Henrieke leent me haar stokken. Ik eet soep, wat brood en heel veel watermeloen. We nemen onze tijd, Barry heeft Simon (TAR veteraan van vorig jaar) aan de telefoon en we genieten van het uitzicht, zittend in de berm.

Uiteindelijk vertrekken we weer, maar er is wat mis. Mijn maag wil het eten niet verteren, het ligt als een baksteen op mijn maag en ik krijg geen sprankje nieuwe energie. Dan maar een gel erin; maar ook dat werkt niet. Ik ploeter voort, we hebben nog een klim voor de boeg naar de Schafberg, op 2409m. De afgelopen dagen hebben we wel zwaardere en hogere klimmen gehad, maar ik zie zwaar af.

Even rusten bij de tweede verzorgingspost
Even rusten bij de tweede verzorgingspost

Vanaf de Schafberg gaat het alleen nog maar 1000m naar beneden naar de finish. Geen probleem, normaal gesproken, maar ik word steeds misselijker en heb nog steeds totaal geen energie. Zelfs in de afdaling loop ik langzaam of wandel ik zelfs, hoewel met mijn benen niets mis is. Mijn maag verdraagt de beweging niet goed. Barry is geirriteerd en rent vooruit, maar blijft in het zicht. Na een paar kilometer moet ik de bosjes in. Diarrhee, en flink ook. Even later leegt ook mijn maag zich: watermeloensoep.

sportograf-69214211_lowres
Ik ploeter voort

Barry heeft door dat het menens is en is nu een en al zorg voor mij. Mijn maag is iets opgelucht en ik kan weer rustig dribbelen en later het tempo weer richting normaal opvoeren. Zelfs nu nog halen we regelmatig mensen in, die niet meer kunnen rennen downhill. Bij de finish (na 7:09u, ruim 39km en 1700hm) ga ik meteen naar de medical crew; ze geven me iets tegen de diarrhee en de misselijkheid. De dokter noemt allemaal dingen op die ik vanavond moet eten als ik me weer beter voel; worst, pizza, zoute vette dingen. Even later sta ik weer te kotsen.

In het hotel ga ik snel douchen en daarna in bed liggen. Ik moet er verschillende keren snel weer uit om in de badkamer mijn maag en darmen te legen. Ik heb nog nooit zo erge diarrhee gehad. Ik kruip weer in bed en ik slaap en slaap. Ik lig te zweten, heb ik koorts? Barry gaat zonder mij eten en naar de massage. Als hij terug komt zeg ik dat ik op ga geven, dat ik zo niet kan lopen. Hij heeft contact met Jan gehad en maakt voor de zekerheid toch mijn rugzakje voor de volgende ochtend in orde, en een go bag voor als ik niet kan lopen en met Luc mee moet reizen in de auto, naar Sulden. Als ik goed slaap en ’s ochtends kan eten kan het misschien nog…

Dag 8, St Valentin – Sulden

Midden in de nacht word ik wakker met honger. Zou het… Ik eet een stukje mintchocola en dat blijft binnen. Ik slaap tot 5 uur, als de wekker gaat, en ga mee naar het ontbijt. Eten gaat moeizaam, maar ik drink twee koppen thee. Even later hang ik weer boven de wc…

Ik lig weer op bed, Barry voelt mijn voorhoofd. Ik heb koorts. Ik kan niet starten, besluiten we. Barry moet alleen, hij wil niet maar ik vind dat hij wel moet finishen. De etappe is aangepast vanwege sneeuw op de Bärenjoch, het hoogste punt van deze TAR, op 2880m. De route gaat nu onder deze top langs en ik zou deze etappe normaal makkelijk kunnen finishen. Maar met koorts en een maag die sinds bijna 24 uur leeg is gaat dat niet.

Barry loopt die dag zonder mij
Barry loopt die dag zonder mij

Barry vertrekt zonder mij, ik slaap nog even tot Luc me kort na de start komt ophalen. Het regent en is vrij koud. Warm aangekleed en zittend op een stoeltje langs de kant zie ik de lopers in een waas langskomen. Barry rent langs, hij heeft haast, hij wil dat deze dag snel voorbij is. Ik ben moe en gammel, maar mijn benen voelen rusteloos. Een rare gewaarwording.

No words
No words

We rijden naar een punt verderop langs de route en hij komt er weer aan en valt in mijn armen. Een dramatisch moment. Hij voelt het meer dan ik op dat moment, ik ben een beetje murw. We zien Barry en de anderen nog een paar keer langskomen en gaan dan naar de finish, die binnen in een grote hal is – heel fijn, want het is in Sulden maar een graad of 8.

Bij de finish
Bij de finish

Ik loop daar naar binnen en zie allemaal gelukkige mensen. Ze hebben medailles om hun nek, feliciteren elkaar, komen blij en ontroerd over de finish. Nu raakt het me. Zij wel, ik niet. Ik ga op een bankje achteraf zitten janken. Iedereen laat me met rust. Als het ergste voorbij is spreek ik wat bekenden, de Hemstede broers, anderen. Ze vinden het balen voor me – wat kan je erover zeggen?

Ik weet dat Barry flink de sokken erin had en check het signaal dat onze Spot gps tracker uitzendt – en inderdaad, hij is niet ver meer. Als hij eraan komt sta ik bij de finish, ik zie hem zoeken naar mij. Hij ziet me – we vallen elkaar om de nek, hij doet mij z’n medaille om.

WE FINISHED
WE FINISHED

Een paar uur later staan we op het podium waar de finisher t-shirts worden uitgereikt. We houden samen een t-shirt omhoog – Barry heeft zijn shirt geruild voor een damesshirt. Erop  staat: WE FINISHED.    

Epiloog

Er zijn nu twee en een halve week voorbij. Twee vragen worden me vaak gesteld: ‘was het leuk?’, en ‘ga je volgend jaar weer’. Die eerste vraag heb ik met dit verslag wel beantwoord. En de tweede… tja, dat hangt samen met het niet gefinished zijn. En dat ben ik nog steeds aan het verwerken.

In eerste instantie had ik helemaal niet het gevoel dat ik gefaald had, en zelfs letterlijk niet het gevoel dat het niet gelukt was: het drong niet helemaal tot me door. Maar ook toen het wel doordrong bleef ik dat gevoel houden. Het kwam puur door dat griepje, of wat het ook was, waardoor ik moest opgeven. Anders had ik de laatste etappe ongetwijfeld kunnen voltooien. Mijn benen waren nog zo goed: ik heb zelfs geen spierpijn gehad achteraf. Dat het niet gelukt is lag dus buiten mijn macht. Ik weet nu dat ik dit kan.

Maar ik blijf wel achter met een gevoel van gemis. Die finish op de achtste dag hadden Barry en ik samen voor ons moeten zien opdoemen. We hadden samen over de streep gemoeten. Allebei zo’n shirt en een medaille. En de vreugde van het samen finishen na acht bewogen dagen. Dat hebben we gemist; wat een anticlimax. Ik weet niet of je dat kan wegnemen door het overnieuw te doen.

Maar ga ik nou nog een keer?

Wie weet 🙂 Het blijft een schitterend evesportograf-69214338_lowresnement!

Team Twinnity rules!

Nog 144 dagen

7 april 2015. Ik heb de eerste drie maanden achter de rug. In training voor de Transalpine Run, die op het moment dat ik dit schrijf over 144 dagen van start gaat. Dat is dus over 20 weken. Dat duurt nog best lang, maar eigenlijk klinkt het ook weer niet zo lang: 20 weken. De weken vliegen tot nu toe voorbij. In januari begon ik met mijn training, op basis van een hardloopschema van Jan Strijker. Hij traint me ‘op afstand’. Het begon vrij rustig, met elke week een of andere vorm van intervaltraining, een duurloop die begon op 15 km en elke week ietsje langer werd, en een herstelloop van meestal 10km in hartslagzone 1, dat is zeg maar een tempo waarbij je nog gemakkelijk kan praten en waarbij ik, ’s winters althans, nauwelijks zweet. 
 
Drie keer per week trainen dus, wat ik eigenlijk altijd al deed. Deze eerste drie maanden liepen de lange duurlopen op tot maximaal 25km, een afstand die ik al aan kon. Alle lange duurlopen dien ik in hartslagzone 1 te lopen, heel langzaam, maar het schijnt erg goed voor je te zijn. Ik merk wel dat mijn vetverbranding beter wordt, ik heb minder behoefte aan eten onderweg. En geen last van overbelasting gekregen tot nu toe. 
 
In februari liep ik de Trail by the Sea 21km, niet de marathon want daar had ik geen zin in met al dat zand. In maart de Neverest nachttrail, waarbij ik helaas in het donker struikelde en mijn enkel verzwikte. Daardoor kon ik een week later in Barcelona, waar ik voor m’n werk was en met Barry, die mee was, samen in het weekend zou trainen, niet lopen…. Gelukkig was die blessure na een week wel weer over. 
 
Eind maart zat ik op zo’n 50 km per week en werd het eerste trainingskwartaal afgesloten met het trainingsweekend van Jan Strijker. Kon hij me mooi live beoordelen en kijken waar ik stond. Het was een heel gezellig weekend, wat een leuke mensen weet hij om  zich heen te verzamelen! Van allerlei niveau maar dat maakte niets uit. Wel handig: er liepen een aantal TAR-veteranen rond die mij bruikbare tips gaven. Dat zone 1-trainingen echt heel goed voor je zijn. En dat je onderweg echt nog wel in staat bent om van de omgeving te genieten. Tijdens de lange duurloop op zondag, 30 kilometer, liep ik vele kilometers met Jan te kletsen en kon nog het een en ander van hem opsteken. 
 
Het belangrijkste, denk ik, was dat ik moet zorgen dat ik comfortabel loop en me niet wegcijfer voor de anderen waarmee ik loop. Niet kilometers lang op een net te hoog tempo doorlopen omdat ik niet wil vragen of het iets rustiger mag, of mijn jasje niet uittrekken omdat ik de anderen niet wil laten stoppen, terwijl ik het wel te warm heb. Dat jasje kan trouwens ook uit tijdens het lopen. Jan zei: leer zoveel mogelijk te doen terwijl je doorrent, want steeds stoppen is op de duur niet fijn. Je geeft dan je rugzakje even aan je teammaatje, trekt je jasje uit, neemt het rugzakje even op je schouder met de ingang naar voren, propt het jasje er in en trekt het rugzakje weer aan. Eten tijdens het lopen blijkt ook gemakkelijker dan ik altijd dacht: gewoon met je mond open eten, dan kan je gemakkelijker doorademen. Duh! 
 
Blijkbaar was Jan tevreden, want met ingang van april is mijn schema een stukje opgeschroefd. Nu meestal twee trainingen per weekend, met lange duurlopen tot 35 km en dan nog een kortere de dag ervoor of erna.De 144 dagen die nog volgen zijn al aardig volgepland. Volgende week een trainingsweekend in de Ardennen met 25 en 35km trails op het programma, begin mei de Koning van Spanje 37km, begin juni de XTrails Vaals, eind juni de Veluwezoomtrail 2 daagse, in juli de eerste etappe van de 4Trails en anderhalve week later de Eiger trail 52km. Dan zit mijn eigenlijke training er zo’n beetje op en volgt alleen nog de trail des Fantomes 50km, omdat het zo leuk is. Twee weken later is het zover….

Weekend trailen in Spanje

Zomaar opeens kreeg ik bericht van Jan Strijker: of ik zin had mee te gaan een weekendje trailen in Spanje? Hij was er recent met zijn zoon Bas geweest en het gebied rond Madrid leende zich bij uitstek voor het betere bergenwerk. Ik hoefde er niet lang over na te denken, leek me geweldig om samen met hem en anderen Spanje vanaf trailpaadjes te leren kennen.

Een kleine maand later wordt ik door Jan Strijker, Paul Swart en Robert Nieuwland verwelkomd op vliegveld Madrid. Jan Strijker behoeft geen introductie als organisator van de Veluwezoomtrail, meervoudig 4Trails en TransAlpine Run loper en bijzonder ervaren hardlooptrainer. Paul Swart had ik eerder dit jaar leren kennen tijdens het trainingsweekend van Jan Strijker. Hoewel Paul voornamelijk schittert op de 10 en 15 km, en dan heb ik het over absurd snelle tijden, is hij niet vies van af en toe een langere afstand. Hardlopen in de bergen was echter nieuw voor hem. Robert Nieuwland, oprichter van Madrid Outdoor Sports was een onbekende voor mij. Woonachtig in Madrid maakt hij de trails in Spanje onveilig en weet regelmatig wedstrijden en cups te winnen. Goed gezelschap dus voor een amateur van mijn kaliber.

Dag 1: La Pedriza

Meteen de eerste dag wordt ik ruw uit mijn comfortzone gesleept. In plaats van rustig naar de herberg om even bij te komen en om te kleden, begint de eerste van vier trailruns ergens halverwege de luchthaven en onze overnachtingsplaats. Omkleden in de bus, snel wat water scoren en gaan. We worden getrakteerd op een adembenemende route door La Pedriza, iets met rotsen of zo. Adembenemend slaat zowel op de omgeving als op de inspanning die we bergop leveren. Rondom een enorme rotspuist dartelen we tussen berggeiten, hagedissen en adders, terwijl boven ons gieren lui rondzweven op de bergthermiek. Het terrein varieert van technisch tot alpien, waarbij vooral de slingerpaadjes in de afdaling het ons nog best lastig maken.

Rotsen, rotsen en nog eens rotsen...
Rotsen, rotsen en nog eens rotsen…

Na 2,5 uur is de pret voorbij en hebben we een indrukwekkende 11 km afgelegd. Paul oogt wat ongelovig, hij is immers gewend qua afstand tenminste het drievoudige in deze tijd te lopen. Waar Jan en ik op onze bergervaring kunnen bouwen, moet Paul er nog aan wennen dat wandelen en dribbelen, zowel omhoog als omlaag, niet meer dan normaal zijn in dit soort omgevingen. Genoten hebben we allemaal en voldaan vervolgen we onze weg naar La Granja, het stadje waar we de komende dagen door gaan brengen.

Dag 2: La Granja

Op dag 2 moeten we ons zelf zien te vermaken. Zondag is immers de Cross de Cuerda Larga en Robert moet daar kunnen knallen. Geen nood, met zijn drieën dribbelen we vanaf de herberg langs het koninklijke paleis richting de bergen die achter het dorpje liggen. Door een prachtig bos volgen we een slingerpaadje de hoogte in. Dan komen we boven de boomgrens en vervolgen we onze weg over alpenweiden bezaaid met rotsen. De wind speelt vandaag een aardige rol: hoewel de temperatuur aangenaam is koelen we snel af zogauw we stil staan. Op het hoogste punt schuilen we in een holte bovenop de berg. Lunch bestaat uit brood, reepjes, gel en sportdrank.

We beginnen aan de lange afdaling terug naar het dorp. In eerste instantie een technisch paadje, zigzaggend door de dagjeswandelaars die omhoog zwoegen. Dan slaan we van de weg af om het ons zelf niet te makkelijk te maken. En dat zullen we weten. Ja, er is een soort van paadje maar het dichte struikgewas is niet van zins ons zomaar te laten passeren. Des te dieper we in de jungle geraken, des te twijfelachtiger wordt het bestaan van het pad. Uiteindelijk dalen we via een soort afwateringsgeul af naar een groene vlakte die we op de heenweg ook aandeden. Denken we. Met nog wat omzwervingen komen we na 3,5 uur weer aan bij de muur van de paleistuin. We ruiken de stal en dagen elkaar hier en daar nog wat uit met inhalen en versnellingen.

Jan en Barry omhoog zwoegend.
Jan en Barry omhoog zwoegend.

Het idee was om vandaag de hele dag onderweg te zijn. Maar na een kleine vier uur zitten we er alledrie behoorlijk doorheen. We besluiten om de rest van de dag rustig aan te doen. Morgen is er een serieuze wedstrijd en daar willen we toch eigenlijk wel een beetje schitteren, ook al zijn we maar laaglanders. Paul heeft er al meer zin in dan gisteren; toen viel het hoogalpiene terrein hem behoorlijk tegen. Vandaag was hij sterk in de beklimming maar ook tijdens het dalen kon hij goed meekomen. Als er een pad was, tenminste…

Dag 3: Cross de Cuerda Larga

Kwart over zes gaat de wekker. Hoewel de race pas om tien uur start, hebben we nog een flinke reis voor de boeg. Robert brengt ons naar de finish waar de bussen richting de start al klaar staan. Na wat perikelen met startnummers en een busreis van een uur komen we aan op 1800 meter hoogte. Het is kwart over negen, dus ik doe lekker rustig aan. Met nog drie kwartier te gaan is er ruim voldoende tijd voor mijn pre-race routine. Terwijl de rest van de deelnemers koortsachtig staat te dringen in het startvak, loop ik op mijn dooie akkertje naar de staart van het veld. Met nog twintig minuten te gaan heb ik alle tijd om mijn jack en broek in mijn tas te stoppen, mijn schoenen goed vast te maken, mijn stokken uit te klappen, enz. Mijn relative rust slaat om in lichte paniek als ik om kwart voor tien iemand hoor aftellen. Het zal toch niet?

Ja hoor, iedereen staat klaar dus wordt er maar gestart. Daarmee is mijn eerste PR vandaag binnen: in no time kleed ik me om en en prop ik mijn spullen in mijn rugzak. Tijd voor allerlei checks en ritueeltjes is er niet, ik kom zelfs niet meer toe aan het goed aantrekken van mijn veters. Een kleine vijf minuten na de officiële start hobbel ik over de streep, in gevecht met mijn stokken en met een rugzak die voor geen meter zit. Misschien verbeeld ik me het maar ik krijg het gevoel dat ik door verschillende mensen uitgelachen word. En terecht. PR nummer twee aan flarden: nog nooit zo laat gestart. Gelukkig raakt het deelnemersveld behoorlijk uitgerekt door de pittige klim direct na de start. Met een paar minuten stevig doorlopen heb ik de eerste achterblijvers te pakken. Door zo economisch mogelijk te lopen (in een rechte lijn omhoog) en de opstoppingen bovenaan de top te omzeilen (over rotsblokken loopt toch geen pad) laat ik al snel flink wat lopers achter me, inclusief Paul. Hij heeft het zwaar in dit terrein, maar is vastbesloten op de vlakkere, beter begaanbare stukken een en ander goed te maken. Goede instelling, maar vergeet niet te genieten onderweg.

Ik heb geen race strategie. Ja, het is maar 19 km, maar het merendeel daarvan bevindt zich boven de 2000 meter en qua terrein moet ik rekenen op het zwaarst mogelijke. Dus, kwestie van sparen bergop, rustig aan op de vlakke stukken en dalen als een laaglander. In de loop van de race blijkt het terrein mij uitstekend te liggen. Ik vind eenvoudig mijn weg over de met keien bezaaide hoogvlaktes, de toppen met reusachtige rotsblokken bedwing ik met speels gemak en bergaf laat ik menig Spanjaard schrikken door mijn onverschrokken daalcapriolen. Tenminste, zo voelt het allemaal. Het zou me niks verbazen als het er in werkelijkheid iets anders uit heeft gezien. Een sjokkende, struikelende en puffende Hollander die probeert door de bergen te strompelen of zo. Maar… het gevoel telt. En ik voel me geweldig. Heeft 12 dagen ploeteren in de Alpen me toch nog niets gebracht.

Zelfs op de vlakke stukken was het goed uitkijken met je voeten neerzetten.
Zelfs op de vlakke stukken was het goed uitkijken met je voeten neerzetten.

Voor de race hoopte ik stiekem dat ik misschien wel Jan Strijker bij kon houden. Of toch in ieder geval in het zicht blijven. Gezien zijn ervaringen en prestaties in de bergen had ik echter niet de illusie dat ik hem ook maar enigszins partij zou kunnen bieden. Wat schetst mijn verbazing als ik opeens iemand met stokken voor me zie lopen. Spanjaarden gebruiken geen stokken, Nederlanders wel. En inderdaad, het is Jan die vlak voor me opdoemt. Hoogmoedig loop ik hem via een paar reusachtige keien voorbij om tijdens de volgende klim weer netjes op mijn plek gezet te worden. Bergop ben ik nog steeds een slak. Weliswaar een slak die het steeds minder moeite kost om te stijgen, maar een slak desalniettemin. Jan loopt bij me weg alsof ik een paar versnellingen mis. Maakt niet uit, het was leuk zolang het duurde. Dan gebeurt er iets onverwachts. In de volgende afdaling ga ik Jan voorbij, op het vlakke deel blijf ik hem voor en tijdens de volgende klim lijk ik zowaar het gat gelijk te houden. Achteraf bleek dat Jan niet zijn beste dag had vandaag. Zet daar een topdag van mij tegenover en je snapt dat het uiteindelijke tijdsverschil van 12 minuten bij de finish nauwelijk iets voorstelt. Gezien het verschil in onze prestaties tijdens de 4Trails, Trail des Fantomes en Schoorl Duinentrail, is dat zo gek nog niet. Als de omstandigheden voor ons gelijk zijn, finisht Jan ruim voor mij.

Ik loop nog steeds lekker, stuiterend over de keien, genietend van het prachtige landschap. De verzorgingsposten onderweg stellen zo belachelijk weinig voor dat ik niet eens halt houd. Ik heb genoeg eten en drinken bij me. Alleen het moment van eten is lastig. Normaal gesproken doe ik dat op een vlak stuk waar ik niet zo op de ondergrond hoef te letten, maar die zijn er vandaag niet bij. Je bent continu bezig met navigeren tussen de ontelbare rotsen, keien, stenen en ander bergpuin. Uit pure armoede kies ik ervoor om bergop te eten. Niet ideaal, maar met een gebroken nek is het zo moeilijk uitlopen.

Rond de 16 km ligt de laatste bergtop. Van het hoogteprofiel weet ik dat het nog zeker 4 km tot aan de finish is. Ach, een kwartier eerder starten en een kilometer langer, het hoort er allemaal bij. In ieder geval kan ik nu mijn geheime wapen inzetten: mijn daalbenen. Des te steiler de afdaling, des te harder ik naar beneden stort. De ondergrond maakt niet uit. De enige rem wordt gevorm door de u-bochten van een stuk asfaltweg, maar daarna is het weer volop knallen naar beneden. Nadat ik een veertigtal lopers heb ingehaald, houd ik op met tellen. Het maakt niet meer uit, genieten van het laatste stuk is nu het idee. Dat lukt. Met een grote grijns kom ik over de finish. Dat was gaaf. Tikkeltje kort, tikkeltje hoog, maar de trip naar Madrid dubbel en dwars waard.

Zoals gezegd komt Jan een minuut of twaalf na mij binnen. Hij heeft het naar eigen zeggen best zwaar gehad. Zelfs tijdens de 4Trails en de TransAlpine Run loop je niet zolang over alleen maar rotsen en keien. Het vraagt nogal wat qua focus en inspanning. Toch heeft ook hij enorm genoten. In gezelschap van Robert, die net onder de twee uur finishte, wachten we op de aankomst van Paul. Omdat de verstreken tijd richting de vier uur kruipt en omdat Paul het in La Pedriza ook best zwaar had, vragen we ons enigszins bezorgd af of en hoe hij het gaat redden. Die bezorgdheid blijkt nergens voor nodig. Paul is zowel een oersterke als een hele slimmer loper. Hij heeft onderweg geen enkel risico genomen en alleen aangezet als de omstandigheden daar naar waren. De rest heeft hij gewandeld en genoten. Na een biertje om onze veilige aankomst te vieren, zet Robert ons weer af bij de herberg. De rest van de dag doen we opnieuw rustig aan, dit keer omdat we er alledrie behoorlijk doorheen zitten.

Dag 4: Uitlopen

Het is alweer de laatste dag van ons trailweekendje in Spanje. Vanmiddag vliegen we terug maar eerst gaan we nog een stukje lopen in de buurt. Ondanks de inspanning van gisteren zijn we relatief fit. We lopen La Granja uit via een lange afdaling en slaan linksaf om de rivier te volgen richting La Pradera de Navalhorno. Het pad langs de rivier is niet erg technisch maar na drie dagen over rotsblokken stuiteren, voelt het goed om wat vaart te kunnen maken. Vooral Paul is in zijn element; je zou niet zeggen dat hij de afgelopen dagen behoorlijk afgezien heeft. Met grote passen leidt hij ons over het glooiende pad. Zelf heb ik wat last van verkrampte bilspieren. In eerste instantie heb ik daar totaal geen erg in, maar na een aantal trappen waarbij de treden steeds verder uit elkaar liggen, begint het lichaam wat te protesteren. Ach, ik mag best voelen dat ik wat gedaan heb.

Gelukkig waren er ook stukjes zonder rotsen.
Gelukkig waren er ook stukjes zonder rotsen.

Na 10 km keren we om en lopen we via een kortere route terug. Paul zet flink aan. Robert heeft geen probleem met het tempo maar voor Jan en mij is het behoorlijk afzien. Ik weet niet of het verstandig is maar ik weiger om al te veel achterop te raken. Met La Granja in zicht trekt Robert een eindsprint. Ik kan hem alleen maar uitzwaaien, de tank is nu echt leeg. Moe maar voldaan wandelen we naar de herberg voor een laatste douche. Daarna krijgen we door Luis een heerlijke sportmaaltijd voorgeschoteld: pasta vooraf (met tomaten uit eigen tuin), dungesneden gebakken kipfilet met patatjes als hoofdgerecht. Dan zit het weekend erop. Terug naar Madrid voor het vliegtuig richting Nederland.

Indruk

Hoewel ik maar een heel klein stukje van Spanje heb gezien, ben ik er nu al erg enthousiast over. Nooit geweten dat ergens middenin het land de bergen al zo hoog waren. Van de Pyreneeën verwacht je dat, maar niet op een half uur rijden van Madrid. Prachtige omgeving, mooie mengelmoes van Ardennen-achtig en alpien terrein. Nog veel mooier zijn de mensen in Spanje. Of toch in ieder geval de hardlopers in La Granja en omstreken. Zonder kennismaking en verbroedering met Luis zou het weekend een stuk minder interessant zijn geweest. Deze man heeft een bijzonder palmares: niet alleen in 1 jaar op alle contintenten gelopen (incl. Noord- en Zuidpool) maar ook nog eens een aantal van de wedstrijden gewonnen. Hij loopt nog steeds met veel plezier maar de bar/eetcafe die hij samen met zijn broer runt vraag wel de nodige tijd.

Laat ik vooral Robert Nieuwland niet vergeten, de man die het ons mogelijk maakte om lekker rond te dartelen in de Spaanse natuur. Met zijn bedrijf Madrid Outdoor Sports kun je de leukste uitstapjes maken. Voor ons verzorgde hij een prima trailweekend met als hoogtepunt een geweldige bergcross. De bokaal voor entertainment gaat zonder twijfel naar Paul Swart. Met zijn Spaanse ezelsbruggetjes (Por Favor: porren van voren en Muy Bueno: mooie benen) en zijn niet aflatende relativering van onze sportieve prestaties, zorgde hij voor een gezonde dosis humor. Als laatste een dankwoord aan Jan Strijker, de bedenker van dit avontuur. Zowel tijdens het lopen als gedurende onze gesprekken in de avond heb ik veel over mezelf en anderen geleerd. Ik voel me dan ook bevoorrecht officieus bij hem in de leer te zijn en hoop nog veel weekenden met hem op te mogen trekken.

De Hoge Veluwe trail

Als je googled op ‘zwaarste marathon van Nederland’ kom je als eerste uit bij de Zeeuwse Kustmarathon. Volgens de organisatie is dit de zwaarste van Nederland. Ook de Berenloop op Terschelling wordt als een van de zwaarste betiteld. Dan heb je nog de Den Haag Strandmarathon, die ik vorig jaar gelopen heb. Dit is volgens de organisatie niet de zwaarste van Nederland, daar streven ze ook niet naar – maar de tijden die daar gelopen worden geven je wel te denken. En wat hebben deze drie marathons met elkaar gemeen? Wat maakt een Nederlandse marathon zwaar? De wind misschien, die aan de kust een geduchte factor kan zijn, maar de belangrijkste factor die deze drie gemeen hebben is volgens mij toch vooral het ZAND!

En zand, dat hebben we in Nederland niet alleen in de duinen en op het strand. Ook in sommige natuurgebieden die niet aan de kust liggen, zoals toevallig de Veluwe, heb je mooie zandvlakten en -paden. Laat daar nou een trailrun, van 43 kilometer, georganiseerd worden. En laat ik daar nou mijn oog op hebben laten vallen. Vorig jaar liep ik daar de halve marathon, geen trail, maar toch wel een mooi parcours door de prachtige omgeving. Ik heb inmiddels al een marathon en een 50K op mijn naam staan, dus natuurlijk kies ik nu de hele marathonafstand: de Hoge Veluwe trail.

Ik had wel af en toe een keertje extra door het zand gerend in de Lange Duinen tijdens mijn trainingsrondjes. Maar Barry, die de Hoge Veluwe Trail vorig jaar al liep, zei dat het met dat zand best wel mee viel. Nou rent hij er als een soort Legolas overheen terwijl ik dan als een dwerg achter hem aan ploeter, maar toch. Hoe erg kan het worden?

Het eerste stuk van het traject was erg leuk. Mooie bospaadjes, trappetjes op en af. Ik liep vrij ver achterin het deelnemersveld, lekker rustig aan, en dit was het enige stuk van de race waar ik veel mensen inhaalde. De trappetjes waren wat glad door de regen van de afgelopen nacht, reden waarom de meeste mensen erg voorzichtig (lees: langzaam) klommen en daalden, maar soms was er een paadje naast de trap dat ik dan omhoog danwel omlaag met een versnelling nam. Vooral naar beneden ging heerlijk maar ook omhoog haalde ik zo hele groepen mensen in. Met die kracht in mijn benen zit het nog wel goed zeg ik.

Maar na een kilometer of 10, na de eerste verzorgingspost (waar ik werd herkend: ‘hee, jij in je blauwe jurkje, ben jij Linda? Barry zei dat je er zo aan kwam’) begon het. Een grote zandvlakte lag voor ons, nou ja, er groeide ook nog wel wat mos, en gras, en heide, maar de nadruk lag toch op zand, en door die vlakte liep een pad van mul zand en daar moesten wij overheen. Kilometers lang. Je kon als je wat extra moeite deed er wel stukken naast lopen, dan had je nog geen echt stabiele ondergrond maar toch iets beter. Af en toe moest je dan het zandpad oversteken en elke stap op het zand werd de energie uit je gezogen.

Na zo’n 20 kilometer begonnen de benen al te protesteren. Ze werden stram door de eentonige beweging en het zware zand. Maar er kwam nog veel, veel meer zand. In mijn hoofd is het allemaal samengesmolten tot een moment, een oneindig moment waarin ik ploeter door het zand. Stap na stap na wegzakkende stap.

Ik herinner me er weinig van. Wel een paar gesprekken gevoerd met medetrailers. Een belg, een paar nederlanders. Iemand die eens 600 km in 48 uur had gelopen. Heb ik dat nou goed gehoord? Als dat zo is liep hij in ieder geval toen niet door het zand.

Ik weet dat het niet non stop zand was. Er zaten intermezzo’s in: stukken bos, heel mooi bos. Kort voor het einde een prachtig single track door hoog gras en heide: halverwege kon je de track echt niet meer onderscheiden van de begroeiing. Zoals het ultieme gedicht een lege pagina is, was dit dus de ultieme single track. Het was wel zwaar lopen, en mijn veters gingen ervan los, maar toch mooi.

Anderhalve kilometer voor het einde stond Barry ineens in het bos op en neer te springen. Hij was me tegemoet gelopen en vergezelde me naar de finish. Daar stonden de mannen van de organisatie, zij die dit parcours bedacht hadden, me grijnzend op te wachten. Ik heb ze vriendelijk bedankt.

De zwaarste marathon van Nederland? Ik heb de Zeeuwse Kustmarathon niet gelopen, en wil dat geliefde evenement ook zeker niet te kort doen, maar als ik het organiseerde zou ik voortaan niet zo stellig durven beweren dat ze de zwaarste hebben. Tenzij ze nog wat meer zandpaden in het parcours opnemen, natuurlijk.

Weekendje trailen

Lang geleden, ergens tijdens de 4Trails, beloofde ik Winfried Bats aanwezig te zijn bij zijn eerste georganiseerde trail, toen nog de RunForestRun. Wist ik veel dat ik dat weekend al stond ingeschreven voor de Posbank Trail. Bij thuiskomst besloot ik het er maar op te wagen. Immers, wat stelt een dubbel van 30 en 50 km nou helemaal voor als je net de 4Trails en de TransAlpine Run achter de rug hebt?

De grootste uitdaging zou voor mij dan ook niet zozeer het lopen zelf zijn, maar juist het vervoer naar de verschillende locaties. Omdat ik niet afhankelijk wil zijn van anderen, besluit ik het weekend zoveel mogelijk gebruik te maken van het OV. Nogal een opgave, gegeven de starttijdstippen, maar niet ondoenlijk. Van huis naar de start van de Posbank Trail is het dik 3 uur, van daar naar Assen ook zo’n 3 uur. Zondagochtend van Assen naar Gasselte moet maar met de taxi (minuut of 20) en terug naar Amersfoort is het weer een uur of drie.

Verstrooid

Zaterdagochtend begint goed. Eerst kan ik mijn hartslagmeter nergens vinden, vervolgens kom ik in de trein naar Velp tot de ontdekking dat ik alles bij me heb… behalve een korte broek. Of eigenlijk überhaupt een broek waarin ik kan lopen. Gelukkig biedt Runnersworld Arnhem uitkomt; met wat gejaag scoor ik daar een korte broek. Komt die ingecalculeerde extra tijd voor OV-vertragingen toch nog goed van pas.

Eenmaal aangekomen op station Velp is het nog een aardig stukje lopen naar de start, half uurtje. Op zich niet erg maar sjouwend met een tas vol spullen voor twee dagen trailen valt niet onder mijn idee van een rustige voorbereiding. Ik kan het ook niet echt beschouwen als ‘inlopen’ want daar doe ik met mijn eigenwijze harsens niet aan. Bij het ophalen van mijn startnummer loop ik de eerste bekenden tegen het lijf: Lini Strijker, Marion Groeneweg en Adriaan van den Eelaart . Niet lang daarna tref ik ook Fred Verheul en Martijn Grisel en ik spot uit mijn ooghoek Vincent Barink. Maar dan is de start al nabij en moet ik aan de slag.

Posbank Trail

Rustig aan is vandaag het devies, morgen moet ik nog wat langer. Ik loop samen met Martijn op. Hij is weer aan het opbouwen voor mooie avonturen volgend jaar, dus ik kan hem mooi als ‘rem’ gebruiken. Echter, zijn idee van rustig aan is voor mij flink aanpoten. Waar ik gemiddeld 6 minuut per kilometer in gedachten had, legt hij het tempo op laag in de 5 min/km. Maar ja, het voelt aardig en ik heb er de grootste lol in dat ik nu eens niet de traagste stijger van het veld ben. Na een kilometer of 15 neem ik toch wat gas terug en loopt Martijn een 100 meter bij me weg.

Op de verzorgingspost rond 20 km treffen we elkaar weer. Lang dralen we niet, daar is deze trail te kort voor, maar ik leer nog wel even zijn ouders kennen. Gezamenlijk zetten we de laatste 10 km in (blijken er uiteindelijk 12 te zijn). Gelukkig hoeft het voor Martijn niet veel harder dan het tempo waar ik naar teruggeschakeld was. Mijn benen voelen nog steeds goed, maar ik begin het vermoeden te krijgen dat de eerste 15 km te hard zijn gegaan. Niet iets waar ik meteen last van heb, maar wel een zorg extra voor morgen. Een zorg voor vandaag is dat ik bekend met Jan’s neiging het laatste stuk van een parcours te voorzien van iets venijnigs. Ook vandaag stelt hij niet teleur: een halve kilometer mul zand dat het laatste restje energie uit je lijf zuigt.

Met de gedachte dat de finish om de hoek is negeer ik mijn veel gegeven advies voor over zand lopen: niet het gevecht aangaan, kleine vlakke pasjes maken en zo weinig mogelijk energie verspillen. In plaats daarvan doe ik precies het tegenovergestelde en worstel ik me door dit taaie deel van het parcours heen. Mijn hartslag knalt boven de 180, maar dat interesseert me niet, ik ben er nu toch bijna. Maar niet heus. Martijn geeft aan dat we nog zeker twee kilometer voor de boeg hebben. Oeps… Gelukkig zijn de laatste kilometers zonder meer de mooiste. Prachtige slingerende single tracks en zelfs wat hoogteverschil. De laatste 100 meter stort ik me richting finish omlaag, genietend van elke reuzepas. De klok zegt dik drie uur over ruim 32 km, waarvan vijf minuten bij de verzorgingsposten. Een halve minuut per kilometer te hard gelopen, zeg maar. Maakt niet uit, ik heb genoten.

Assen

Alleen jammer dat ik niet kan blijven hangen want ik moet alweer richting het noorden. Martijn geeft me een lift terug naar station Velp zodat ik even na zessen mijn reis naar Assen kan beginnen. Hoewel die reis voorspoedig verloopt kom ik pas iets voor negenen aan bij het hotel. Douchen heeft nu even absolute prioriteit, ook al overschrijdt dat de sluitingstijd van het hotelrestaurent. Ach, het is zaterdag dus er zal in het centrum heus nog wel een restaurantje te vinden zijn.

En dat is ook zo. Ik kies expres een Italiaans restaurant uit, ook al zit ik hevig te dubben tussen energie voor morgen (pasta) of herstel van vandaag (biefstuk). De gegrilde biefstuk wint het; de bijgeserveerde patatjes moeten maar even de koolhydraten leveren. Wel raar, zo in mijn eentje eten. Een aantal telefoongesprekken biedt uitkomst, maar ik kan niet het gevoel van me afschudden dat ik een gek figuur sla. Volop sportief gekleed, schranzend alsof mijn leven ervan af hangt, kwetterend in een telefoon, helemaal in mijn uppie. Als ik zo iemand tegenkom, zou ik het (terecht) een raar figuur vinden.

Rond elf uur ben ik weer terug in het hotel. Omdat ik nog niet echt slaap heb, zet ik de TV aan (iets met kickboxen op Eurosport), strek ik mezelf uit op het bed… en val ik prompt in slaap. Nog een keer oeps! Middenin de nacht word ik wakker en vraag ik mezelf af waar ik in hemelsnaam ben. Aan mijn tas en uitgestalde kledingstukken te zien, heb ik net een trail gelopen of ga ik er eentje lopen over een paar uur. Dan trekt de nevel in mijn hoofd weg en vormt zich een grijns op mijn gezicht: het is allebei waar! Gerustgesteld draai ik me nog eens om en slaap ik lekker verder.

RunForestRun Gasselte

De volgende ochtend krijg ik een lift van Jerry Duinkerken naar de RunForestRun Gasselte. Omdat er nogal wat wegen zijn afgesloten komen we twintig minuten voor de start aan. Ik haal snel mijn startnummer op en begin meteen aan de rituele voorbereidingen. Met nog een paar minuten te gaan wissel ik een woordje met Winfried Bats en Andre Moes, de grote vriendelijke reuzen die ik tijdens de 4Trails heb leren kennen. Winfried organiseert het evenement, Andre loopt de 50 km.

Meteen na de start is het weer raak: zand!
Meteen na de start is het weer raak: zand!

Na een kleine toespraak van Winfried zet het veld in zich in beweging. Met een lus rondom ’t Nije Hemelriek (weer zand) begint de RFR en laten mijn benen onmiddelijk weten het hier totaal niet mee eens te zijn.

De eerste 15 km gaan nog wel, maar dan begin ik echt te lijden. Het gebrek aan doseren gisteren wreekt zich nu dubbel en dwars. Mijn bovenbeenspieren protesteren bij elke pas en fysiek voel ik me een natte krant. Meer dan eens speel ik met de gedachte om uit te stappen, maar elke keer fluit een stemmetje in mijn hoofd me terug: gisteren een vent, vandaag ook een vent. Om psychisch een en ander wat dragelijker te maken sta ik mezelf vanaf 18 km toe stukjes te wandelen. Met deze truc weet ik de tweede verzorgingspost te bereiken. Daar neem ik even de tijd om wat aan te sterken.

Het Drentsche landschap is adembenemend mooi.
Het Drentsche landschap is adembenemend mooi.

Met enige tegenzin zet ik mezelf weer beweging. Ik merk dat ik minder vaak behoefte heb aan wandelpauzes. Toch dwing ik mezelf om de twee of drie kilometer een stukje te wandelen. Het is immers nog een lange weg naar de finish en ik wil vandaag graag heel aankomen. De grootste verleiding om te stoppen is inmiddels voorbij. Een loopster kwam me tegemoet terwijl ze eigenlijk achter me had moeten lopen. Ze was er klaar mee en liep regelrecht terug naar de start. Nog nooit ben ik zo dichtbij geweest om de handdoek in de ring te gooien en met haar mee terug te lopen. Maar goed, ik loop nog steeds. Niet van harte, maar dat hoeft ook niet perse, als ik maar doorzet. Er zijn geen vreselijke pijnen of indrukwekkende gebeurtenissen, het loopt gewoon niet lekker.

Om maar eens wat uit te proberen breek ik een InnerMe gel aan. Nog nooit eerder gedaan, hoewel ik er de laatste tijd vrijwel altijd eentje bij me heb. Voor noodgevallen, zeg maar. Hallo? Dit kwalificeert wel als noodgeval, zegt het stemmetje in mijn hoofd. Even word ik verrast door de hoestdrankachtige smaak. De gel is zo dik dat je hem bijna kunt kauwen, maar niet zo gemeen plakkerig als de meeste merken. Eigenlijk heeft het wel wat. De licht bittere nasmaak is verrassend plezierig. Ik krijg er geen dorst van maar ik barst ook niet meteen van de energie. Daar ben ik op voorbereid. Door de macrobiotische aard van het goedje met de nadruk op ‘langzame’ suikers zou de energieverstrekking veel gelijkmatiger moeten plaatsvinden. Vanwege de aanzienlijke inhoud nuttig ik maar een derde en stop ik het gelletje weer terug in mijn rugzak.

Het gaat niet soepel maar de ultra-shuffle doet het nog.
Het gaat niet soepel maar de ultra-shuffle doet het nog.

Kilometer 34 is de laatste keer dat ik nog een stukje wandel. Ik begin nu namelijk wel het effect van InnerMe gel te merken. Geen energiebom, maar een algemener gevoel van welzijn door mijn hele lijf en zowaar voldoende energie om te blijven rennen. Huh? Zo wonderbaarlijk kan dit spul toch niet zijn? Toch wel. Het tempo gaat wat omhoog, mijn benen houden op met protesteren en mijn lijf voelt lichter, soepeler, energieker zelfs. Waar ik de afgelopen 20 km consistent ingehaald ben door anderen, regelmatig met de aanmoediging om toch vooral door te blijven gaan, haal ik nu ineens mensen in. Gaaf!

De laatste ravito bevindt zich op ruim 37 km. Opnieuw neem ik goed de tijd om te eten en te drinken. Vlak na de post is er een gemeen stuk zand en hoogteverschil, voor zover je daarvan mag spreken in het vlakke Drentsche landschap. Ik doe me tegoed aan bouillon, sportdrank, bananen, nootjes en sinaasappelpartjes. Zogauw ik me vol voel vertrek ik richting de finish. Met nog zo’n 13 km te gaan wil niet te lang dralen. Nee, zegt iemand van de organisatie, het is nog maar 11 km. Dat kan niet, dan haal ik de 50 niet. Het was me al wel opgevallen dat mijn horloges achterliepen op de kilometerbordjes, maar meestal herstelt zich dat naar het einde wel. Ik loop vaker langer dan de aangegeven afstand dan korter.

De combinatie van de InnerMe gel, het eten en drinken bij de ravito en de gedachte dat ik nog maar 11 km voor de boeg heb, werkt als een rode lap op mijn stierenbenen. Het tempo gaat iets omhoog en ik verschalk de ene na de andere trailer die voor mij loopt. Dit zijn dezelfde mensen die mij de afgelopen paar uur stukje bij beetje ‘dood’ hebben zien gaan. Meer dan één vraagt me waar ik opeens de energie vandaan haal het laatste stuk zo te versnellen. Ik heb geen tijd om het ze uit te leggen, ben veel te veel bezig met lekker lopen. Dat niet alleen, ik kan ook weer genieten van het landschap. De omgeving is me de afgelopen 35 km niet ontgaan, maar genieten lukt mij alleen als ik me lekker voel.

Finish

De laatste meters door het zand met de blik op de finish.
De laatste meters door het zand met de blik op de finish.

Ruim anderhalve kilometer voor de finish krijgen de deelnemers nog een gevoelige tik uitgedeeld. Links hoor en zie je de finish maar eerst moet je over een gemeen hobbelpaadje via een keerpunt met een paar lussen nog maar eens door een laatste stuk zand. Dan is daar eindelijk de finish. Winfried staat klaar voor een high-five. Ik eindig deze loop frisser dan ik eraan begonnen ben. Ruim 48 km in dik vijf uur met 18 minuten pauze bij de ravito’s. Na het geklooi van zaterdag niet eens zo’n slechte prestatie. Het parcours was geweldig. Net als bij de Salland Trail kreeg je op precies het juiste moment wat variatie voor de kiezen. Zo waren er nooit stukken waar je je ging vervelen. De afpeiling was in één woord perfect. Fout lopen lukte alleen als je echt niet aan het opletten was, maar daar kan geen enkele organisatie tegenop boksen. Het hele evenement had sowieso een professionele uitstraling, van start/finish tot aan de verzorgingsposten en vrijwilligers. Grote klasse voor een eerste editie.

Een grote grijns na de high-five met Winfried en het zit er weer op.
Een grote grijns na de high-five met Winfried en het zit er weer op.

Maar het trailweekendje zit er nog niet helemaal op, ik moet immers nog naar huis. Een vrijwilliger zet mij af bij een of andere transferium waar ik de bus naar Assen pak. Met de trein in één ruk door naar Amersfoort, dat schiet lekker op. Tenminste, dat had lekker op kunnen schieten. Tussen Meppel en Zwolle worden bussen ingezet vanwege werkzaamheden aan het spoor. Nou vooruit, als dat het enige OV-geneuzel is, valt het alleszins mee. Na Zwolle verloopt de reis voorspoedig, hooguit wat saai. Om zeven uur sta ik weer voor de deur waar ik 32 uur geleden mijn reis begonnen ben. Nog een ervaring rijker, maar vooral heel tevreden dat ik het gehaald heb ondanks mijn eigen stommiteiten. En natuurlijk weer ontzettend genoten van twee prachtige trail-evenementen.

 

Trailen met Pim

Een week na de TransAlpine Run stond alweer de volgende loop gepland, een 25 km met collega’s als onderdeel van de Tour d’eFocus. Door tegenvallende deelname (uiteindelijk maar 3) en het voorstel van Pim Brouns om de Sint Pietersbear Trail als alternatief te lopen, liet ik enigszins opgelucht het vooruitzicht van 25 km asfalthappen varen. In plaats daarvan een pittige trail in Zuid-Limburg, weliswaar maar 19 km op aangeven van Pim, maar met voor Nederlandse begrippen nog best wat hoogtemeters (500 D+).

Avontuur

Vrijdagmiddag stuur ik Pim een berichtje met de vraag of hij wat voelt voor een avontuur komende zondag: laten we de 32 lopen, maar dan wel heel rustig. Ik verwacht een verstandig antwoord van iemand die nog nooit langer dan 22 km verhard heeft gelopen, maar niets is minder waar. Luttele seconden na mijn vraag krijg ik antwoord: ja. Okee, heb ik een lange overtuigingsspeech voor niks voorbereid. Later blijkt dat Pim al langer had getwijfeld tussen de 32 en de 19 km, maar het leek hem initieel verstandiger om voor de veilige optie te gaan, niet in het minst omdat dit zijn eerste officiële trailrun zou worden.

Zaterdag schaft Pim meteen een Salomon Advanced Skin 12 rugzak aan. Hij dubt nog even over zijn schoenen. Uiteindelijk durft hij het risico niet te nemen om te starten op oningelopen trailschoenen. Niet onverstandig. Normale hardloopschoenen leveren dan wel niet dezelfde grip als trailschoenen, maar een langere afstand lopen op nieuwe schoenen is nooit handig.

Bekenden

Zondagochtend pikt Pim mij op vanaf station Utrecht en rijden we in een zucht naar Maastricht, onderweg keuvelend over de TAR, zijn nieuwe baan als vestigingsmanager van eFocus Eindhoven en onze hardloopbelevenissen. Eenmaal geparkeerd komen we bij de ingang van het ENCI-terrein onze eerste bekende tegen: Erwin van Broekhoven. Ik heb hem tijdens de TransAlpine Run leren kennen, samen met zijn teammaat Eva Simonse. Nu staat hij de aankomende deelnemers te dirigeren. Hij heeft zich voorgenomen een paar weken rust te houden.

Na inschrijven, omkleden, rugzakjes vullen en afstellen is het de beurt aan bekende nummer twee: Fast Fokkie, ook wel Jan Fokke Oosterhof genoemd. Tijdens het inleveren van onze tassen bij de garderobe zie ik zijn breed grijnzende gelaat op me afkomen. Dit is de ‘gek’ die mij tijdens mijn diepste momenten aanspoorde: ‘Geen mercy, DOOR!‘ en ‘BAM! Geen gelul 3 dagen janken 362 dagen lachen‘ om maar wat quotes aan te halen. Voor buitenstaanders lijkt zijn manier van uitdrukken wellicht wat onbehouwen, maar hij filtert gewoonweg niet wat er vanuit zijn hart komt. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Ik heb Fast Fokkie leren kennen bij de 4Trails, eerst tijdens en na de derde etappe, daarna tijdens de lange busreis terug naar Garmisch-Partenkirchen. Door onze gedeelde ervaring is er een band ontstaan waarvan ik me eigenlijk niet zo bewust was. Als je elkaar dan tegenkomt klikt het meteen weer. Dat betekent overigens niet dat Pim opeens de grote buitenstaander was. Integendeel, elke trailrunner is in Jan Fokke’s ogen goed volk, helemaal als ze het lef hebben zonder al te veel ervaring aan een pittige 30+ te beginnen.

Start

Om rustig te lopen moet je vooral niet vooraan beginnen, dus Pim en ik positioneren ons redelijk achteraan. Als we mensen inhalen voelt dat prettig, we lopen tenminste niet het risico meegesleurd en opgejaagd te worden door snellere lopers. Fast Fokkie doet met ons mee. Vanwege een ontstoken voetboog en een aantal weken nauwelijks getraind te hebben, wil ook hij rustig aan begonnen. Knallen kan altijd nog.

Pim net na de start; het gaat al vrij snel flink bergop.
Pim net na de start; het gaat al vrij snel flink bergop.

Meteen na de start is het al flink klimmen geblazen. Omdat iedereen nog fris is, wordt er weinig gewandeld. Ondanks ons voornemen rustig aan te doen, blijven Pim en ik doordribbelen. Het is hier niet erg steil en door ruim onder de verzuring te blijven houden we het goed vol. Na een lange afdaling is het de beurt aan de ENCI Mergelgroeve. Niet heel erg spannend maar wel een lastige ondergrond met veel losse stenen van verschillend formaat. Het is goed opletten geblazen, een enkelverzwikking loop je hier makkelijk op. Wat wel zwaar valt is de temperatuur; de groeve lijkt wel een oven door de zon die al een poosje de stenen heeft staan bakken.

Pim en Barry zoeken de schaduw op.
Pim en Barry zoeken de schaduw op.

Trailvoetjes

Na de mergelgroeve golft het landschap op en neer met hier en daar wat bos en grasland. Net voorbij een rustige klim komen we aan bij de eerste ravito. Banaan, ontbijtkoek en een sportdrank waarvan de kleur op zijn zachtst gezegd verdacht te noemen is, vormen ons banket. Lang blijven we niet staan, Fast Fokkie heeft zijn oog laten vallen op een loopconcullega die hij absoluut voorbij wil. Pim en ik voelen ons nog fris dus we hobbelen vrolijk mee. Dan volgt een hol paadje dat flink steil omlaag knalt. Letterlijk springend van steen naar steen vliegen Pim en ik naar beneden. Daar aangekomen high-fiven we elkaar, grijnzend als een stel idioten. Wat een gave afdaling. En voor mij een duidelijk signaal dat Pim prima trailvoetjes heeft: hij bleef in mijn kielzog alsof het niks was.

Pim blijft netjes in Barry's kielzog.
Pim blijft netjes in Barry’s kielzog.

Het landschap om ons heen varieert wel, maar vergeleken met de Alpen is het allemaal zo vlak. Regelmatig kijk ik omhoog in de verwachting besneeuwde bergtoppen aan te treffen. Helaas, meer dan een grillige rotswand met wat bos erop wordt het niet. Zo zie je maar hoe je in belachelijk weinig tijd verwend kan raken. Want laten we wel wezen, voor Nederlandse begrippen is dit echt prachtig trailterrein.

Het stuk tussen de eerste en tweede ravito is aardig maar relatief saai. Weinig bos en nauwelijks hoogteverschil. Bij ravito 2 nemen we iets langer de tijd om op adem te komen, wat te eten en te drinken en onze rugzakjes bij te vullen. Vandaag is het nog best warm en we gaan sneller door onze driekwart liter sportdrank heen dan verwacht. Wat water met een bekertje sportdrank voor de smaak biedt uitkomst. Na ruim vijf minuten zetten we ons weer in beweging. Fast Fokkie heeft door ons getalm zijn doel inmiddels uit het oog verloren, maar dat mag de pret niet drukken.

Finish

Na de ravito steken we de maas over en vragen we ons af waarom we niet meteen linksaf slaan maar eerst naar rechts worden geleid. Een tot glijbaan verworden afdaling van het talud biedt antwoord. Even maak ik me zorgen om Pim’s grip op deze verraderlijke ondergrond, maar opnieuw laat hij instinctief zijn voeten het werk doen. Zonder valpartijen maar met veel lol vervolgen we onze weg. Helaas valt dit stuk wat tegen, bijna 3 km langs de Maas, totdat we van de weg af geleid worden en het serieuze klimwerk gaat beginnen. In minder dan een kilometer stijgen we bijna 100 meter met tussendoor stukjes vlak. Met handen en voeten werken we ons naar de top, dan is het net zo steil weer naar beneden.

Zelfs na 29 km heeft Pim nog altijd de grootste lol.
Zelfs na 29 km heeft Pim nog altijd de grootste lol.

Ondanks de zware inspanning vermaken we ons nog kostelijk. Fast Fokkie is na een dip bij ons weggelopen, vastbesloten zijn doel nog voor de finish te verschalken. Pim en ik blijven rustig aan doen, we willen graag ongeschonden de eindstreep halen. Mede daarom wandelen we in de laatste kilometers de heftigste stukjes bergop; geen schande als je bedenkt dat Pim tijdens zijn eerste 30+ km trail meer dan 80% bergop gewoon doordribbelt.

Zo fris en grijnzend hoor je een trail te finishen.
Zo fris en grijnzend hoor je een trail te finishen.

Aan alles komt een einde en dat geldt natuurlijk ook voor deze loop. Met de finish in zicht begint Pim aan zijn karakteristieke versnelling. Dit keer houd ik hem wel goed bij, mede dankzij mijn training voor de TransAlpine Run. Even is Pim teleurgesteld dat we om een of andere reden niet de volle 32 km hebben gelopen, maar dan beseft hij dat hij een prestatie van formaat heeft neergezet. Fast Fokkie ontvangt ons hartelijk en deelt met fonkelende ogen mee dat hij net voor de finish zijn gestelde doel bereikte. Vergeet niet dat hij vandaag met een pittige blessure begon en niet eens zeker wist of hij de 32 km uit zou kunnen lopen. Pim trakteert ons op een heerlijk alcoholvrij Weißbier en om onze honger te stillen eten we een patatje op het terras aan de rand van de mergelgroeve.

Geslaagd

Onderweg naar huis bespreken we de loop. Pim heeft het geen moment echt zwaar gehad, als in ‘Ik stop ermee’. Alleen zo rond de 15 km had hij een dipje, maar dat mag geen naam hebben. Vergeleken met Schoorl ging alles makkelijker, waarschijnlijk vanwege het mentale aspect van trailrunning. Je ziet zoveel en je wordt zo makkelijk op een positieve manier afgeleid van vermoeidheid en pijntjes, dat de tijd veel sneller voorbij lijkt te gaan dan wanneer je over saaie (verharde) routes loopt. Het wordt wel tijd voor trailschoenen, dus ik adviseer hem eens een kijkje bij Scarabee te gaan nemen. Daar kunnen ze hem beter helpen dan waar dan ook.

Niet alleen de trailrun van vandaag passeert de revue, we beginnen al plannen te smeden voor de toekomst. Zonder blikken of blozen meldt Tim dat hij liever een mooie 50 km ultratrail gaat lopen dan te beginnen aan een marathon. Als je dan nog niet de smaak te pakken hebt, weet ik het ook niet meer. Ik noem een aantal opties: Schoorl Duinentrail, Xtrails Houffalize en Montferland Night Trail. Dat klinkt hem goed in de oren en ik denk dan ook dat we elkaar nog veel vaker tegen gaan komen, als we al niet samen richting deze klinkende namen reizen.

Voor ik het vergeet, ik verwachtte dat ik Pim de laatste kilometers mentaal had moeten ‘dragen’. Niets bleek minder waar. Hij heeft zijn loop perfect ingedeeld. Net na de start vreesde ik dat het constante doorlopen, ook bergop, richting het einde zijn tol zou gaan eisen, maar daar was absoluut geen sprake van. De stukjes die we gewandeld hebben waren puur voor het op adem laten komen van onze benen; dat had ik net zo goed nodig als Pim. Een buitenstaander zou hem eerder inschatten als ervaren trailrunner dan als debutant op de 30+. Grote klasse!

TransAlpine Run: de etappes

Ik ben een week verder voordat ik eindelijk eens toe kom aan het opschrijven van mijn belevenissen tijdens de TransAlpine Run. Een week terug liep ik nog de laatste kilometers in de laatste etappe, maar het voelt als maanden geleden dat ik in de bergen was. Om alles een beetje leesbaar te houden beperk ik me hier tot de etappes zelf; later volgen nog wat berichten over de gebeurtenissen voor, na en tijdens de TAR.

Etappe 1: Ruhpolding – St. Johann

tar2014-e1-profielNa twee dagen prachtig zonnig weer begint de eerste TransAlpine Run etappe in de stromende regen. Gezien onze avonturen tijdens de 4Trails moeten we daar misschien niet gek van opkijken, maar lekker is anders.tar2014-e1-08-44 Om 9 uur klinkt het startschot en we zetten ons in beweging voor een etappe van bijna 50 km met dik 1600 hoogtemeters (D+). De eerste 12 km gaan vals plat omhoog tot aan ravito 1. Dan volgt een rustige klim (4 km 400 D+ 10%) van de Staubfall naar de Winkelmoosalm. Twee dingen vallen mij meteen op: mijn achillespees irriteert niet dankzij een setje shock absorbers en ik raak niet eens buiten adem van dit klimmetje. Dat was tijdens de eerste etappe van de 4Trails wel anders…

Na de tweede ravito gaat het wat op en neer totdat we bij opnieuw een vrij makkelijke klim aankomen: 450 D+ over 8 km, nog geen 6%. Wel vrij technisch, maar dat maakt het juist leuk. De laatste kilometer voor de Straubinger Hutte op 1558 meter is venijnig met 20%, maar zo kort dat-ie nooit echt pijn doet. De afdaling die volgt doet wel pijn. Tenminste, ik zie mensen om me heen pijn lijden. Afdalen is mijn specialiteit dus het zal voor mij nooit echt lijden worden, maar met dik 22% omlaag (900 D- in 4 km) kan ik me iets voorstellen bij de vertrokken gezichten.

tar2014-e1-12-51Ik stort mezelf naar beneden en geniet intens van het voorbijschietende landschap. Het is hier en daar goed uitkijken, er lopen nogal wat ‘pannenkoeken’ rond. Pannenkoek is een term die ik van Mark Groeneweg heb geleerd en die zoveel betekent als iemand die eigenlijk niet thuishoort waar hij/zij zich bevindt. Voetje voor voetje afdalen terwijl je naar beneden kunt scheuren, na elke tweede pas op adem komen bergop en daarmee iedereen op de single track blokkerend, maar ook bepaalde verkeersdeelnemers, mensen in de supermarkt, enzovoorts, worden hiermee bedoeld: je weet niet wat je doet en daarbij hinder je anderen… herhaaldelijk!

Maar goed, pannenkoeken of niet, we leggen de afdaling in korte tijd af en beginnen aan de volgende klim. Deze is gemeen: 420 D+ in 3 km, dus 14%. Prachtig paadje, maar na dik 37 km ga je het wel voelen. De afdaling is zo mogelijk nog zwaarder, technische bospaadjes en glibberig gras afgewisseld met lappen asfalt. Ik zie steeds meer mensen steeds moeilijker kijken en we zijn nog maar bezig met de eerste etappe. Het zwaarste stuk moet echter nog komen.tar2014-e1-17-01 Na 42 km slaan we linksaf en lopen we langs een rivier vals plat omhoog naar St. Johann. Zeven km saai fietspad, geen afleiding en een dorp in de verte dat maar niet dichterbij lijkt te komen. De tijd lijkt stil te staan ook al lopen we nog een aardig gemiddelde. Eindelijk mogen we rechtsaf de rivier over en komen we na een paar bochten aan bij de finish, hartelijk onthaald door Janet en Linda. De eerste etappe is een feit.

’s Avonds kan ik mijn eten niet binnenhouden en ook qua toiletgang is het een en ander goed mis. Ik zal toch verdorie geen buikgriep oplopen hier. Gelukkig heb ik nog wat noten en water om de ergste honger het hoofd te bieden. Laten we hopen dat het een oprisping is.

Etappe 2: St. Johann – Neukirchen

tar2014-e2-profielDe tweede etappe is opnieuw een ultra-afstand: dik 49 km, ruim 1800 D+ met eigenlijk maar 1 serieuze klim, namelijk de Herrensteigscharte (2028 m) en dan nog even door naar Wildkogelbahn Bergstation (2086 m). Waar we gisteren al redelijk klaar waren met 7 km in een saaie omgeving, wordt vandaag pas echt een beproeving. Grofweg de eerste 30 km vals plat omhoog met af en toe een pukkeltje (980 D+ 318 D-) en dan ook nog eens door totaal niet-inspirerend landschap. Je begint op een gegeven moment te verlangen naar een stevige klim. Die wens komt uit, alleen jammer dat we eraan beginnen in de moeder aller stortbuien. Als de regen ook nog eens overgaat in hagel begin ik de lol in het lopen een beetje kwijt te raken. Gelukkig is het niet van lange duur.

tar2014-e2-08-22-2De klim zelf (4 km 650 D+ 16%) gaat erg lekker, misschien door de geestdodende 30 km vooraf, maar waarschijnlijk ook omdat ik er weer lekker van opwarm. Van bovenop de berg stroomt ons een impromptu riviertje toe waar we soms tot aan de enkel doorheen waden. Natte voeten zijn we inmiddels wel gewend en onze Speedcross verrichten uitstekend werk. Eenmaal bovenop de berg is het opnieuw nogal inspiratieloos. We hobbelen door naar het Bergstation en beginnen aan de 9 km lange afdaling waarbij we 1200 hoogtemeters verliezen (13,3%).

Ook de afdaling is weinig aan, we worden constant over asfalt of gravelpaden gestuurd. Het lijkt er een beetje op dat deze etappe puur ter overbrugging is: zo snel mogelijk naar Neukirchen voor het echte werk in etappe 3. Onderweg spreek ik echter mensen die claimen dat deze etappe al een enorme verbetering is ten opzichte van de jaren daarvoor. Kennelijk kan het nog veel saaier.tar2014-e2-08-28 Brrr… moet er niet aan denken. Even ter kwalificatie, zelfs de saaie stukken in de TransAlpine Run zijn nog altijd veel mooier en boeiender dan tussen de Hollandse weilanden door trippelen. Maar je raakt verwend door vergezichten, berggraten, Ardennenpaadjes, enzovoorts. Als je temidden van al dat moois kilometers lang hetzelfde pad afloopt, slaat de verveling gauw toe. Wat helemaal frustreert is wanneer je schitterende single tracks regelmatig jouw weg ziet kruisen en je op de route moet blijven. Maar goed, met een laatste zigzag naar beneden komen we aan in Neukirchen, klaar voor wat de volgende dag ons gaat brengen.

tar2014-e2-08-25-1Opnieuw is het in de loop van de avond foute boel, ik heb echt een buikgriep te pakken. Gelukkig heb ik er onderweg niet of nauwelijks last van, maar het baart me wel zorgen. Vooral het herstel dat je na zoiets hard nodig hebt komt bijzonder ongelegen. Ik heb wel iets anders aan mijn hoofd. Tot overmaat van ramp krijg ik ’s nachts koorts en doe ik nauwelijks een oog dicht. Zucht… werkt je achillespees eindelijk eens mee, gaat de rest van je lijf lopen kloten.

Etappe 3: Neukirchen – Neukirchen

tar2014-e3-profielDe derde etappe zou de eerste echte bergetappe moeten worden. Het weer beslist anders. Er valt zoveel sneeuw op de Birnlücke dat er gekozen wordt voor een alternatieve route. Zelfs een geneutraliseerde oversteek naar Italië is niet meer mogelijk, dus het wordt een rondje Neukirchen. Uiteindelijk een prachtige loop, maar je komt hier voor de bergen. Eerlijk gezegd pakt het voor mij best gunstig uit, ik kamp nog steeds met de naweeën van  een vervelende buikgriep. Dat is op zich geen ramp, maar ik ben op dit moment even niet sterk genoeg voor een zware bergetappe. Een dikke marathon met ruim 2000 hoogtemeters over het hoogste punt van de hele TransAlpine Run, is nu wellicht wat teveel van het goede.

tar2014-e3-11-25-2In plaats daarvan krijgen we een Ardennenloopje van 28 km met zo’n 1260 hoogtemeters. We beginnen direct met een pittige klim (4 km 600 D+ 15%) waarna we rustig afdalen (5 km 550 D- 11%). Vijf kilometer vals plat (150 D+) gaan vooraf aan 5 km op en neer. Dan moeten we even fel omhoog (0,5 km 150D D+ 30%) waarna een rustige klim overgaat in een lange afdaling en een laatste stuk vals plat. De paadjes zouden qua hoeveelheid modder en boomwortels niet misstaan in de Ardennen en ik loop hier dan ook met veel plezier. Ja, de bergen zijn prachtig maar daar ben ik echt nog lerende: in Ardennen-achtig terrein heb ik veel ervaring dus kan ik  met veel meer ontspanning lopen.

tar2014-e3-14-42-5De etappe werkt als een geneesmiddel. De laatste restjes buikgriep blazen de aftocht, mijn achillespees krijgt relatieve rust en zelfs de ochtendkoorts moet het veld ruimen. Ik heb mezelf dik ingepakt en zweet me een ongeluk, maar het voelt goed om even het lichaam schoon te spoelen. Alleen de busreis van Neukirchen naar Prettau duurt wat lang: drie uur lang met doorweekte voeten stilzitten is niet bepaald bevorderlijk voor de voetzolen. Tijdens het douchen achteraf blijkt dat er wat kloofjes zijn ontstaan. Beetje gevoelig, maar met wat handcreme en droge sokken prima te behandelen.
tar2014-e3-14-45
We slaan de pasta party en briefing over. Douchen en eten is even belangrijker. Contact met loopcollega’s stelt ons gerust voor de volgende dag: geen wijzigingen, dus eindelijk een echte bergetappe. Jippie!

Etappe 4: Prettau – Sand in Taufers

tar2014-e4-profielIk word wakker met een uitgedroogde mond. Oh ja, we zitten op 1500 meter hoogte, dus dat kon ik verwachten. Omdat we net buiten Prettau zitten, in Steinhaus, pakken we de taxi naar de start. Ik kleed me om in een bushokje en laat daar prompt mijn oranje zakje achter waar mijn meest waardevolle spullen in zitten: trailboekje, ID-kaart, pinpas, geld, enz. Gelukkig vind ik deze weer terug als ik startvak B in loop; kennelijk heeft iemand het zakje gevonden en vriendelijk afgeleverd bij de organisatie. Wat een opluchting!

tar2014-e4-10-43Vandaag staat een echte bergetappe op het menu: weliswaar een kleine 32 km lang, maar met ruim 2000 hoogtemeters en een oversteek van de Bretterscharte en nog een venijnige klim daar achteraan, bepaald geen makkie. Door mijn uitdroging ’s nachts begin ik met lichte hoofdpijn; dit wordt de eerste kilometers gestaag erger. Tot grote ergernis speelt ook nog eens mijn fijnmotoriek op: ik krijg nauwelijks voeding uit de verpakking. Door stevig te drinken en te eten weet ik aanvullende hoogteziekte-symptomen op een afstandje te houden. En dat is maar goed ook want de Bretterscharte geeft zich niet zomaar gewonnen. De beklimming vindt plaats in een mini-sneeuwstorm. Meer wind dan sneeuw, maar het voelt net echt.

tar2014-e4-11-34-5Twee meter onder de oversteek is het opeens windstil: onwerkelijk! Voor ons strekt zich een pannenkoeken-file uit en we moeten ons inhouden om niet van het pad af te stuiven. Hierboven is dat nog te link, maar zodra we verderop ruimte zien om zonder risico te passeren, doen we dat meteen. Wat volgt is bijna een sprint naar de volgende klim. De Speedcross levert geweldige grip. Ja, over ijs glijd je in eerste instantie wat door, maar er volgt altijd grip. Dat is precies het moment waarop je je af kunt zetten voor de volgende stap. Als je daar eenmaal aan gewend bent kun je ook over ijs- en sneeuwpaadjes dalen als een laaglander.

tar2014-e4-10-42De tweede klim is 20% (3 km 600 D+), van ravito 2 naar de Mayerhofalm. De laatste kilometer is zelfs nog iets steiler. We zitten 400 meter onder de Bretterscharte en er valt hier nauwelijks sneeuw te bespeuren. Bovenop de top speelt een bandje met blaasinstrumenten. Hoe hebben ze die naar boven gesleept? Aanvankelijk spelen ze langzaam en treurig, zogauw wij in zicht komen stappen ze over naar iets vrolijks met een stevig tempo. Dat moedigt nog eens aan.

Na wat op en neer gedribbel volgt een 10 km lange afdaling die zich vooral kenmerkt door slechte begaanbaarheid, veel abrupte hoogteverschilletjes en meer stenen en boomwortels dan ik de rest van mijn leven nog wens te zien. Het wordt nooit echt lastig, maar een ritme pakken kan je rustig vergeten. tar2014-e4-13-58-2Ook begint de inspanning van de afgelopen dagen hier zijn opwachting te maken. Ach, we zijn nog steeds goed bezig en het voelt fantastisch om steeds meer collega lopers al preventief aan de kant te zien gaan voor die rare laaglanders die dalen alsof de duivel ze op de hielen zit. Of zijn ze gewoon bang om ondersteboven gelopen te worden?

Nog een paar kilometer langs een riviertje en we komen alweer aan bij de finish. Wat een fantastische etappe. Qua zwaarte en schoonheid absoluut de beste tot nu toe. Bonus: finishen in een zonnetje. Wel af en toe windkracht 6 eroverheen, maar ach, dat deert dan ook niet meer.

Etappe 5: Speikboden bergsprint

tar2014-e5-profielEtappe 5 is een vreemde eend in de bijt. Vanwege het 10-jarig bestaan van de TransAlpine Run is deze etappe ingelast en zijn de afgevallen kilometers in de eerste twee etappes gepropt. Dit is de bergsprint: 6,44 km lang, bijna 1100 meter omhoog.tar2014-e5-13-06 De eerste en laatste kilometer zijn vals plat omhoog, dus eigenlijk is het 4,5 km met 900 hoogtemeters: 20%! Van de organisatie mag je deze etappe individueel lopen, maar wij besluiten hem samen te doen. Ik voorop zodat het tempo op mij afgestemd blijft. De eerste 40 minuten blijf ik net onder de verzuring en weet ik de pas er aardig in te houden. Daarna zet ik aan en ga ik net in de verzuring zitten, maar wel op zo’n punt dat ik het een tijdje vol kan houden.

Ik kom er nooit achter of dit gaat werken. Een kilometer voor de finish wordt ik tot vier keer toe in korte tijd vol achterop mijn geblesseerde achillespees getrapt. De eerste keren zijn pijnlijk, maar bij de vierde keer word ik pas echt goed geraakt; ik ga bijna door de grond van de pijn. Ik sommeer de persoon achter mij te passeren en overweeg nog heel even met volle kracht uit te halen met een van mijn stokken.tar2014-e5-13-03-6 Maar nee, daar ben ik hier vandaag niet voor. Ik dribbel wat aan en probeer zo goed als kwaad dat het gaat de pijnscheuten in mijn achillespees te negeren. Als-ie kapot is kan ik er niet op lopen en aangezien ik nog loop is-ie nog niet kapot, gaan mijn gedachten. Niet heel helder, geef ik toe, maar ik heb mijn energie voor iets anders nodig.

De laatste kilometer is een kwelling van formaat. Ik wil de finish halen, maar ik knijp hem als een oude dief. Stel dat ik de pees nu zoveel beschadig dat ik morgen niet meer kan lopen, dan sla ik mezelf de rest van mijn leven voor het hoofd. Ik weet niet hoe, maar het lukt me de finish te halen. Nog een paar stappen naar het grasveld en mijn lichaam besluit dat het welletjes geweest is. Ik zak in elkaar en de tranen komen op gang. Deels vanwege de pijn, maar meer nog vanwege de realisatie dat het ‘feest’ hoogstwaarschijnlijk voorbij is. Zo zonde, zo jammer en zo onnodig…

Op de terugweg naar het hotel vraag ik Linda of ze me liever uit ziet stappen. Ze denkt na en antwoordt dat ze wil dat ik doorga zolang ik het qua pijn nog kan bolwerken, als ik maar niks beschadig.tar2014-e5-13-08-4 Even schiet ik vol. Het is haar niet ontgaan dat ik op het randje van opgeven zit. In plaats van toegeven aan de wens dat ik ophoud mezelf te pijnigen en mogelijk zelfs meer schade toe te brengen, bekijkt ze de situatie door mijn ogen. Deze hele onderneming is zo belangrijk, hier heb ik zolang naar toe geleefd dat nu uitstappen een gigantische teleurstelling zou zijn. Dat wil ze niet. Niet voor mij, maar ook niet voor haar zelf. Dus steunt ze me door niet te willen dat ik uitstap zolang ik nog door kan, ook al ziet ze me liever stoppen. Wat een vrouw!

Etappe 6: Sand in Taufers – St. Vigil

tar2014-e6-profielDe start van etappe 6 is om 8 uur ’s ochtends. Even na vijven sta ik naast mijn bed. Gisteren na de bergsprint kreeg ik van de fysio het advies om vandaag niet mee te doen. Niet alleen omdat hij zag dat ik stokken nodig had om op te staan en van A naar B te hobbelen, maar ook omdat er een bult ter grootte van een ei op mijn achillespees zat. Nee, de pees was niet verder gescheurd, maar er zat een enorme vochtophoping door de klappen die de hij gekregen had. Niet iets waar ik mee moest gaan lopen. De hele avond ben ik bezig geweest met masseren, koelen en excentrische oefeningen (op een verhoging, hak lager dan tenen brengen, tot de pijngrens). In de loop van de avond leek het ei wat geslonken en kon ik me, weliswaar nog steeds met veel pijn, in ieder geval zonder stokken voortbewegen.

tar2014-e6-8-56-1Het eerste wat ik doe nadat ik opsta is opnieuw masseren, koelen en oefeningen. Dan trek ik mijn schoenen aan voor een korte wandeling. Hmmmm… dat gaat niet eens heel slecht. Stukje dribbelen? Au au au, dat voelt niet lekker. Maar toch, na een paar honderd meter stabiliseert de pijn en heb ik niet het gevoel dat ik wat kapot maak. Dat is nog wel iets anders dan vandaag een etappe uitlopen/-wandelen, maar toch, er is sprake van vooruitgang. Terug naar het hotel, douchen, omkleden, tas inpakken en ontbijten. Ik ben maar met één gedachte bezig: wel gaan of niet gaan? Na het ontbijt wandel en dribbel ik nog een stukje en het lijkt zowaar iets minder pijnlijk, iets soepeler dan vanochtend. Weet je wat? Ravito 1 ligt op 13 kilometer, grotendeels ‘vlak’ met maar 1 pittige klim in het begin. Daar ga ik me op focussen, daarna zien we wel verder.

tar2014-e6-10-01-2Ik verschijn aan de start en krijg zowel aanmoedigingen als bezorgde blikken van een aantal lopers die ik de afgelopen etappes heb leren kennen. Denk niet dat mijn gezicht erg vrolijk geweest zal zijn, in tegenstelling tot eerdere dagen. Maar ik sta er wel en lopen zal ik, al blijft het maar bij wandelen. Na het startschot zet de menigte zich in beweging en ik probeer een rustig dribbelpasje uit. Links en rechts halen mensen mij in, maar dat interesseert me dit keer helemaal niks. De 4 km aanloop na de eerste klim ga ik me steeds beter voelen. Kijk dan, ik loop nog! Zometeen een klimmetje, daarna rustig doordribbelen naar de eerste verzorgingspost. Omdat ik zo gefocust ben op mijn achillespees is de best pittige klim (2km 550 D+ 27,5%) en de daaropvolgende afdaling heel snel voorbij. Ik schrik alleen behoorlijk van de hoeveelheid energie die het me kost om in beweging te blijven. Niets gaat meer vanzelf.

tar2014-e6-14-34-2Na flink zwoegen komen we aan bij ravito 1. Ravito 2 ligt op 22 km met onderweg nauwelijks klimwerk, dat begint pas daarna. Ik voel me goed genoeg om door te zetten dus we blijven lopen. Dat ik mijn besef van tijd helemaal kwijt ben blijkt bij aankomst op ravito 2. Om een of andere reden denk ik dat het al twee uur is en dat ik nog maar twee uur heb voor de beklimming en een stuk afdaling van de Kronplatz (2269). Tot Annemie mij erop wijst dat het nog maar 10 over elf is en ik dus nog bijna 5 uur heb voor het zwaarste deel van deze etappe. Hier fleur ik helemaal van op en met goede moed begin ik aan de klim. En wat voor eentje: 1400 hoogtemeters over 7 km, 20% stijgingsgraad. Zeg maar, de bergsprint van gisteren nog eens dunnetjes over.

tar2014-e6-13-10-2Dit is niet mijn zwaarste of moeilijkste klim tot nu toe, maar hij past zeker in de top 5. Steil, nu en dan technisch, dan weer geestdodend, altijd maar naar boven. Aan het einde, net voor de top, zit het steilste stuk. En net hier is mijn energievoorraad uitgeput. Hangend in de stokken sleur ik mezelf omhoog; alleen de af en toe opspelende achillespeespijn weet door te dringen. Bovenop de Kronplatz is het maar een saaie bedoening, alles staat in het teken van wintersport en daar is het nu niet de tijd voor. Ik kan er niet zo mee zitten, ben niet in staat om ergens van te genieten.

tar2014-e6-14-30-2Hoewel… de afdaling geeft me vleugels omdat ik plots besef dat uitlopen van de etappe haalbaar is. We scheuren over grind en asfalt naar beneden richting St. Vigil. Bij de finish blijkt dat we uiteindelijk zo snel gelopen hebben dat ons ontvangscomité er nog niet is. Uitgelaten maar ook wat aangedaan zoek ik even een rustig plekje voor mezelf op, tijd om de schade op te nemen. Het ei op mijn achilles lijkt niet groter dan vanochtend en qua pijn voelt het zelfs wat beter. Ongelooflijk!

tar2014-e6-14-32-5Linda en Janet hebben de dag doorgebracht met canyoning. Onder andere 40 meter abseilen vanaf een brug, van 9 meter hoge watervallen in een poeltje water springen en via ‘rotsglijbanen’ de rivier af. En dan noemen ze trailrunners gestoord! Bij de finish lopen Linda en ik elkaar mis, maar zogauw we elkaar weer zien vindt er een ontlading plaats die de finish van de laatste etappe niet zou hebben misstaan. Jankend omhelzen we elkaar, dolgelukkig elkaar weer te zien maar vooral opgelucht dat alles relatief goed is gegaan.

Etappe 7: St. Vigil – Niederdorf

tar2014-e7-profielNa het uitvallen van etappe 3, de koningsetappe vandaag. Bijna 42 km, 2000 hoogtemeters en twee pittige klimmen en dito afdalingen. We beginnen met 12 km vals plat (toch nog 355 D+), dan de eerste klim naar Forcolla Sora Forno (8 km 900 D+ 11%). Niet bijzonder steil, maar wel behoorlijk technisch en een dijk van een uitzicht. Enorme gelaagde kalkplaten waar je steeds dichter bij in de buurt komt en waardoor je je steeds kleiner gaat voelen.tar2014-e7-12-35-1 Maar het is de afdaling naar de Pragser Wildsee die echt wat met je doet. In eerste instantie is het nog wat voorzichtig klauteren over rotsblokken en langs afgronden, maar daarna gaan we in volle vaart over met kiezels en steengruis bestrooide zigzagpaden bergaf. Er ligt geen sneeuw maar toch skieën we naar beneden, regelmatig enkeldiep in bergpuin.

tar2014-e7-13-04-2Met 22,5% en een absurde snelheid duurt het niet lang voordat we aankomen bij ravito 2 aan het meer tussen de twee beklimmingen. Daar is het een kwestie van opladen voor de volgende uitdaging, de Weißlahnsattel: 700 D+ over 3,5 km, dus zeker 20%. Deze klim duurt oneindig lang, hij is gruwelijk steil maar bovenop krijgen we een hand van de race director. Vanaf hier alleen maar bergaf naar Niederdorf. Dat valt aan het einde nogal tegen omdat er toch nog een stukje vals plat in zit, maar daar maal ik nu niet meer om.

tar2014-e7-13-22De afdaling is geweldig. Onze medelopers hebben aardig door dat wij niet afremmen tijdens het dalen. Of we nou linksom of rechtsom moeten, we gaan er langs. Gelukkig gaan de meesten ruim op tijd aan de kant. Het voelt soms als een erehaag van lopers wanneer we op hoge snelheid voorbijstuiven. Alle pijntjes lijken vergeten als we triomfantelijk onder de finish in Niederdorf lopen. Wat een route, kan zich zeker meten met de vierde etappe.

Etappe 8: Niederdorf – Sexten

tar2014-e8-profiletar2014-e8-9-39-2Dit is hem dan, de victorieronde. Okee, ruim 33 km met bijna 1300 hoogtemeters, maar vergeleken bij de vorige etappes en het leed dat al geleden is, zou dit een eitje moeten zijn. Drie dagen geleden leek alle hoop verloren en twee dagen terug moest ik nog knokken om op de been te blijven. Vandaag kan ik werken aan ons ultieme doel: zowel de 4Trails als de TransAlpine Run in hetzelfde jaar uitlopen.

tar2014-e8-9-39-3Het begint niet voorspoedig. Tussen de start en ravito 1 krijgt Onno materiaalpech: zijn waterzak slaat lek. Gelukkig heeft hij nog twee soft flasks waarmij hij het denkt te redden. Ook zijn scheenbeen voelt niet lekker aan. Gelukkig is de eerste 15 km vals plat (270 D+), daarna begint het echte werk pas. We rennen zoveel mogelijk en halen flink wat verloren tijd in. De klim naar de Dreizinnenhütte is er eentje van formaat: 1000 hoogtemeters in 7 km (14%). Rustig aan klauteren we omhoog. Om mij heen hoor ik mensen jammeren in anticipatie van de komende afdaling . De TransAlpine Run is een slijtageslag, zeker voor ‘slechte’ dalers. Maar dat weet je voordat je eraan begint… hoop ik.

tar2014-e8-12-27Eenmaal de top beslecht is het de beurt aan de afdaling. Eerst steil omlaag (4,5 km 800 D- 17,5%), daarna 7 km lang rustig dalen tot aan ons doel in Sexten. Van vrolijkheid huppel ik achter Onno aan, genietend van elke stap, de omgeving en het prachtige weer. Ik schiet wat vol als ik denk aan hoe Linda en ik straks hand in hand onder de finishboog door zullen lopen. Een echte janketappe gaat dit niet worden, die eer komt toe aan nummer 6, maar wie weet. De laatste kilometers vallen Onno zwaar. Regelmatig vraagt hij of we een ‘tandje terug’ kunnen. Samen uit, samen thuis, dus we doen het wat rustiger aan.

tar2014-e8-13-41-8Langzamerhand komt Sexten in beeld. We versnellen toch nog wat als we twee dames in felroze shirts op ons zien wachten: Linda en Janet. Ik pak Linda’s hand en samen dribbelen we over de finish, dolgelukkig met een fantastische prestatie, maar stiekem nog veel blijer dat alles heel gebleven is.

TransAlpine Run: de komende dagen

De komende acht dagen staan in het teken van de TransAlpine Run: 8 etappes door drie landen, bijna 300 kilometer en 14000 hoogtemeters. De 4Trails als voorbereiding was een tweesnijdend zwaard. Enerzijds weten Onno en ik nu wat ons te wachten staat, anderzijds zijn we er beiden niet geheel onbeschadigd uitgekomen. We hebben er wel ontzettend veel zin in: als je eenmaal in de bergen gelopen hebt, blijven ze naar je roepen.

Een van de veranderingen die de 4Trails bij mij persoonlijk teweeg hebben gebracht is dat ik eindelijk op Facebook te vinden ben. Ja ja, menigeen had de hoop al opgegeven, maar na de enorme hoeveelheid steunbetuigingen en het oprechte medeleven dat ik via de team eFocus Facebook pagina heb meegemaakt, zat er toch echt niks anders op. Daarom zal ik, in tegenstelling tot tijdens de 4Trails, de komende dagen mijn verslagen en bijdragen direct via Facebook doen. Wellicht volgt achteraf op dit weblog nog een uitgebreid verslag of nabeschouwing, maar dat is iets voor later zorg. Eerst maar eens een stukje gaan lopen.

Voordat ik het vergeet, we zijn nog steeds hard aan het werk voor ons goede doel Right To Play. Via de team eFocus website kun je een bijdrage leveren aan het sporten en spelen van kinderen in achtergestelde gebieden. Voor 24 euro help je zo’n kind een jaar lang, maar uiteraard is elk bedrag welkom. Alvast hartelijk bedankt.

Barry’s Trail des Fantomes

Waar ik vorig jaar nog voorzichtig koos voor de 25 km afstand, zat ik dit jaar te dubben tussen de 50 en de 100. Niet omdat het zo verstandig was een 100 km ultratrail van Fantomes kaliber te lopen tussen de 4Trails en de TransAlpine Run, maar omdat de 100 maar 1 keer in de drie jaar georganiseerd wordt. Gelukkig, verstand zegevierde en ik schreef me in voor de 50 kilometer. Toch weer een stapje omhoog ten opzichte van vorig jaar en met 2400 hoogtemeters bepaald geen makkie. Bonus: Linda ging ook voor de 50.

Zoals ik eerder al schreef zou de Trail des Fantomes een test van mijn herziene training worden. Dat betekent wel wat extra inspanning vergeleken met hoe ik het liefst mijn ultratrails loop, namelijk op mijn dooie akkertje. Maar ik kom er natuurlijk nooit achter of al die kracht- en kwaliteitstraining effect heeft gehad als ik maar een beetje aandribbel. Dus, vanaf het begin flink de pas erin maar wel goed oppassen dat ik mezelf niet opblaas; het blijven 50 pittige kilometers.

Uiteindelijk liep het allemaal totaal anders dan ik me bedacht en/of voorgenomen had. Het werd een dag van tegenstellingen. Ups vanwege de prachtige omgeving en het samen met Linda lopen, downs vanwege een opspelende achillespeesblessure en het groeiende besef dat ik nooit op tijd fit ga zijn voor de TAR. Maar laat ik beginnen bij het begin.

Voor de start

Nog nooit ben ik zo ‘laat’ aan een ultra begonnen. Heerlijk! Pas om 11 uur starten betekent uitslapen, rustig ontbijten, kalmpjes mijn spullen pakken en dan nog met gemak een uur vantevoren aanwezig zijn om de sfeer op te snuiven. Bijkomend voordeel is dat de ergste ochtendkou inmiddels achter de rug is zodat je je daar niet op hoeft te kleden. Mogen ze wat mij betreft vaker doen, zo’n late start. De oorzaak was natuurlijk de Ultratrail des Fantomes die al om 4 uur ’s nachts was begonnen. Om alle afstanden over de hele dag enigszins bij elkaar te laten finishen, startte de 50 km dus om 11 uur in plaats van de gebruikelijke 7 uur.

In het uurtje voor de start kijk ik wat om me heen, rekenend op bekende gezichten. Dat valt behoorlijk tegen. Er zijn best veel mensen, maar ik zie zogauw geen bekenden, buiten Erik, de ultraloper waar ik zo’n mooie strijd mee leverde tijdens Limburgs Halfzware. Dan maar even naar de stand van Scarabee. Gisteren heb ik Salomon S-LAB RX 3.0 slofjes gekocht (voor na de TransAlpine Run etappes), maar ze blijken een maatje te klein te zijn. Geen probleem volgens Jurgen, lever maar in dan sturen we een maatje groter op. Heerlijk toch, een winkel die zo’n service biedt?

Intussen is het bijna elf uur, dus Linda en ik sluiten helemaal aan de achterkant van het ‘startvak’ aan. We zijn weliswaar niet de langzaamsten vandaag, maar we voelen er niks voor om door het startgeweld boven ons vermogen te gaan lopen in de eerste kilometers. Dat betaalt zich verderop in de loop altijd drie keer zo hard terug. En op deze manier halen we ook nog eens wat mensen in zonder daar veel inspanning voor te hoeven leveren. We hebben afgesproken dat we ieder ons eigen tempo lopen. Aangezien ik mijn training wil testen zal ik waarschijnlijk een hoger tempo lopen dan Linda. Zo komt ze ook niet in de verleiding lichtjes boven haar tempo te gaan lopen om maar aan te blijven haken.

Vanaf de start

Vanaf het startschot zet ik (voor een ultra) een flink tempo in, toch zeker 11 km/uur. De eerste kilometers zijn betrekkelijk vlak en ik wil mijn benen goed doorbloed hebben voordat we bij Borzee aankomen, de eerste pittige klim vandaag. Ik loop Jan Strijker voorbij, maar dat geloof ik wel. Hij start altijd wat rustiger, zogauw het betere klim- en daalwerk eraan komt, haalt hij me toch weer in.

De eerste klim van vandaag maakt me twee zaken pijnlijk duidelijk. Ik klim met veel minder inspanning, maar absoluut niet sneller of explosiever dan voor mijn herziene training. Daarnaast begint mijn linker achillespees dezelfde klachten te geven als tijdens etappe 4 van de 4Trails. Het zal toch niet, he? Maar het is wel dus wel zo. De afgelopen week voelde ik door de intensieve training af en toe al wat irritatie, maar het zette nooit echt door. Nu mijn achillespees weer onder volle belasting komt tijdens het klimmen, schiet de ene pijnscheut na de andere door mijn enkel. Fijn, ik ben nog niet op een tiende van de afstand en ik heb nu al pijnlijke klachten.

Maar ik ben hier niet voor niets gekomen, dus ik bijt door de pijn heen wetende dat er al snel een lange afdaling aankomt. Tijdens het dalen voel ik net als in de Alpen helemaal niks van de pees. Echter, de vlakke stukken langs de Ourthe waar ik had gehoopt op wat rust voor mijn enkel blijken juist des te pijnlijker te zijn. Door de gladde rotsen en de vele boomwortels, zet ik mijn linkervoet regelmatig onder een wat ongebruikelijke hoek neer. Dit zorgt voor extra belasting op de enkelbanden maar ook op de achillespees. Nog meer doorbijten en maar eens na gaan denken over wat ik met de rest van de afstand aan moet.

Verdwaald

De stokken waren niet overal even handig...
De stokken waren niet overal even handig…

Na de eerste ravito volgt een licht krankzinnig afdaling, absurd steil over een mix van aarde en gravel naar beneden glijden, en sla ik met een groep lopers linksaf waar we rechtsaf hadden gemoeten. Geen schande, ik loop in het gezelschap van ervaren trailrunners voor wie vandaag niet de eerste keer is. Maar toch, verdwaald! Pijlen in de tegenovergestelde richting sturen ons terug en bij aankomst onderaan de heuvel waar we verkeerd liepen zie ik net Linda soepeltjes de laatste meters omlaag dartelen. Ik roep haar naam maar ze hoort me niet, waarschijnlijk te geconcentreerd bezig. Pas bij de beklimming met ketting krijg ik haar aandacht te pakken. Ze geeft me een blik die vraagt wat ik nou weer achter haar doe. Ik haal mijn schouders op en grinnik dat ik weer eens verdwaald ben.

We lopen samen op naar de eerste wateroversteek. Dat blijkt een hele pittige te zijn. De mensen voor ons hebben het water halverwege de bovenbenen staan, dat is voor ons kruishoogte. Het water is behoorlijk koud, maar na de eerste passen voelt het juist lekker verkoelend. Minder prettig zijn de glibberige rotsblokken waar we langs en overheen moeten navigeren; hier zijn we met onze Speedcross behoorlijk in het nadeel. Hup, het eilandje over voor deel twee van de oversteek.

We zijn bijna bij de oever, ik voel grind onder mijn voeten. Ik kijk om of Linda het nog trekt en alles lijkt goed te gaan, maar ik heb me nog niet omgedraaid of ik hoor een plons en ja hoor, daar ligt ze op handen en voeten in het water. Een exacte herhaling van wat mij tijdens de Xtrails Houffalize vorig jaar in december overkwam. Gelukkig is het nu wel wat warmer en Linda geeft aan dat we gewoon doorlopen, ze droogt vanzelf wel op. Da’s nog eens karakter.

Samen lopen

Door alle verwikkelingen en het koude water lijkt mijn achillespees wat op te knappen. Ik besluit nog maar eens aan te zetten, kijken of het nu beter gaat. Langzaam loop ik van Linda weg, maar al snel voel ik de bekende pijnscheuten door mijn enkel trekken. Jammer, ik had er vandaag graag meer uitgehaald, maar ik moet ook nog heel blijven voor de TransAlpine Run. Ik schakel terug naar een tempo waarbij de pijn gelijkmatig blijft en tot aan de tweede ravito gaat het redelijk. Daar blijf ik wat langer staan, deels om even bij te komen, deels om te zien of Linda niet te ver achter ligt. Als ik toch niet zo hard kan lopen als ik wil is het ook wel leuk om het tweede deel samen te lopen. Het duurt inderdaad niet lang voordat Linda verschijnt. Ze oogt fit en heeft niet veel tijd nodig bij de verzorgingspost, dus we lopen lekker samen verder.

Vanaf dit punt loopt alles een beetje in elkaar over. Ik geniet enorm van het samen met Linda lopen, van de omgeving en van het contact met andere lopers. Keerzijde is dat je veel minder met het moment bezig bent en je achteraf veel minder specifieke stukken kunt herinneren. Dat is niet erg, op zo’n moment juist een enorm voordeel, maar het maakt het lastig om achteraf een zinnig verslag te doen.

Glimlach

Wat me wel glashelder bij is gebleven is de glimlach, af en toe zelfs een blik van gelukzaligheid, die Linda vrijwel continu op haar gezicht had. Ze genoot duidelijk van dit evenement, deze omgeving en zelfs mijn gezelschap. Ik zeg zelfs want door mijn achillesperikelen was ik niet elk moment even gezellig. Maar het deerde haar niet. Klimmen, dalen, klauteren, glibberen, alles ging haar goed af. Zelfs tijdens de zware stukken, en die waren er voldoende, bleef ze lichtvoetig en kwam er nooit een zucht of vloek over haar lippen. En alsmaar die glimlach…

Een van de steilere afdalingen
Een van de steilere afdalingen

Er waren nog wel wat moment die ik me goed kan herinneren. Jan Strijker die met een verkrampt bovenbeen aan het begin van een hele zware en technische klim staat. Linda en Jan gezellig keuvelend tijdens afdalingen. Desiree die ons met een rotgang tijdens een afdaling voorbijkomt. Erik die het steeds zwaarder heeft maar zich niet klein laat krijgen. Ravito 3 waar Linda en ik het er even van nemen. En ga zo maar door.

Dan is daar opeens de laatste verzorgingspost op 45 km, aan de voet van de gevreesde muur van Maboge. Nog maar 5 km te gaan en eigenlijk toch wel een vrij eenvoudig stuk. Eerst steil omhoog, dan kilometers lang vals plat omlaag. Het is kwart over zes als we aan de klim beginnen. Ik stel Linda voor om te proberen onder de 8 uur te finishen, daar voelt ze wel wat voor. We lopen rustig omhoog maar zogauw de muur bedwongen is en het pad afvlakt zetten we er stevig de pas in.

Eindsprint

Tijdens de laatste wateroversteek, zo’n 500 meter voor de finish, geef ik een van mijn stokken aan Linda. De stroming is hier best heftig en het lijkt me niet fijn zo vlak voor het einde nog eens een nat pak te halen. Vlak voordat de overkant bereiken spetteren we elkaar naar Trailfriends traditie nog even nat. Het publiek op de oever vindt het geweldig en begint te klappen. We stappen uit het water, op de oever en zetten voorzichtig aan richting de finish: we hebben nog maar drie minuten. Gelukkig hebben we beiden genoeg over voor een bescheiden eindsprint en komen we met 7:59:39 onder de finishboog door.

We omhelzen elkaar en met een voldaan gevoel gaan we op zoek naar onze spullen. Het was een prachtige loop, nog mooier gemaakt omdat ik samen liep met iemand die ultratrailen intuitief snapt. Het rustige tempo, de manier van lopen, de harmonie in omgeving en inspanning vinden, dat zijn allemaal dingen die Linda uit zichzelf al opzoekt. Ik maak het mezelf altijd moeilijk door iets te willen bereiken of iets te willen bewijzen, daarbij regelmatig ‘vergetend’ dat er ook nog zoiets is als simpelweg genieten. Misschien moet ik maar eens in de leer bij Linda, als ik haar tenminste zo ver krijg dat ze nog eens een ultratrail gaat lopen.

Je zou het misschien niet zeggen, maar dit is mijn 'happy face'... terwijl ik naar adem aan het happen ben!
Je zou het misschien niet zeggen, maar dit is mijn ‘happy face’… terwijl ik naar adem aan het happen ben!

Linda’s Trail des Fantomes

Sinds afgelopen zaterdag mag ik mezelf ultraloper noemen. Ultrarijder was ik al jaren – mijn paard heet, geheel toevallig, Ultra. Maar nu behoor ik ook tot dat illustere gezelschap van mensen die 50 kilometer of meer gerend hebben. “Hoeveel? Vijf-tig kilometer? Maar dat is nog meer dan een marathon!” Die heb ik de afgelopen dagen vaak gehoord!

Van tevoren kon ik me niet goed voorstellen of het zou lukken. Ja, de XTrails gingen me goed af, maar daar heb ik noodgedwongen heel veel gewandeld, dus hoe zwaar was dat nou helemaal? Toch had ik dat in mijn achterhoofd toen ik me voor de 50K inschreef. De XTrails moeten me toch sterker gemaakt hebben, ik ken het Ardense terrein, ik ben fit, de TdF is leuk en de 26K is na de XTrails waarschijnlijk te gemakkelijk en te snel voorbij. Als ik ooit een 50K kan uitlopen is het nu wel…

Veel medelopers daar reageerden wel wat terughoudend. Oei, je eerste 50K, en dan deze uitkiezen? De zwaarste trail van Belgie? Onder deze omstandigheden, met al die modder? Zonder stokken?

Achteraf doet het me denken aan mijn eerste (en enige ja) marathon, een jaar geleden. Ik koos de Den Haag strandmarathon. Die waar alle deelnemers ongeveer een uur langer over doen dan ze normaal bezig zouden zijn met die afstand, omdat je op de terugweg kilometer na kilometer door het mulle vloedzand loopt. Ik liep daar tussen veel doorgewinterde ultralopers mijn eerste marathon, en met succes.

Waarom koos ik voor de TdF? Van tevoren legde ik aan mensen uit: door het afwisselende terrein heb ik veel afleiding; bovendien kun je heuvelop fijn even gaan wandelen, dan valt dat klimmen wel mee, en heuvelaf kun je al rennend prima herstellen.

Achteraf zeg ik het anders: dat terrein ligt mij. Want ik heb die 50K zonder enige moeite gelopen. Opscheppen ligt niet in mijn aard, maar het is zo. Ik heb er bijna 8 uur over gedaan en het onderweg niet zwaar gehad. Ja, sommige heuvels waren wel pittig, maar altijd goed vol te houden. Sommige paadjes waren bijna niet begaanbaar, maar ik bleef op de been en rende waar het kon, wandelde, klauterde, of gleed de hellingen op en af waar dat moest.

Achteraf zeg ik: ik ben hier goed in. Dat mag je toch wel zeggen als je je eerste ultra loopt en fris over de finish komt. Tweede in mijn leeftijdscategorie, 6e vrouw overall. Eén UTMB punt verdiend. Het bewijs:

Uitslag TdF Linda 2014
Uitslag TdF Linda 2014

Een heel verslag doen van 8 uur hardlopen is ondoenlijk. Helaas, en bizar genoeg, vergeet je snel weer van alles. De paadjes die je liep smelten in elkaar over en je onthoudt alleen de hoogtepunten. Het rotspaadje waar we met twee handen aan een ketting omhoog moesten klauteren, en het publiek bovenop de top. Schitterende uitzichten onderweg. Vele, vele kilometers langs de oever van de Ourthe, over zeer technische paadjes. Beekjes omhoog volgen, zelfs kleine watervalletjes tegenkomen. Om de twee uur zo’n beetje een verzorgingspost. Onderweg oude bekenden tegenkomen en nieuwe mensen ontmoeten. Er voltrekt zich voor je gevoel een heel leven in een dag. Tijd bestaat niet meer. En tegelijkertijd gaat het heel snel voorbij.

Het eerste deel van de route heb ik bewust rustig aan gedaan. Tijdens de eerste klim, die ik me van vorig jaar herinnerde als heel zwaar en heel lang, merkte ik dat ik goed fit was. De klim was nu namelijk best goed te doen, vonden mijn benen, en zo voorbij. Daarna mochten we kilometerslang afdalen. Ik ben actief gaan doseren, door zo te lopen dat mijn ademfrequentie heel laag bleef. Dat ben ik de eerste 20 kilometer blijven doen. Daarna had ik het tempo zo te pakken dat rustig lopen vanzelf ging.

Ergens rond de 15 kilometer kwam ik onderaan een zeer steile helling een groepje lopers tegen die verkeerd waren gelopen. Onder hen ook Barry! Wat geweldig om hem onderweg tegen te komen. We liepen een eindje samen op, bedwongen samen de rotsbeklimming met de ketting en de oversteek van de Ourthe (die tot kruishoogte kwam vanwege de vele regen en waar ik een niet vrijwillige frisse duik in nam). Barry’s tempo lag toch wat hoger dus we gingen ieder onze weg, maar bij de volgende ravito had hij op me gewacht en besloten we verder samen te lopen. Een hele mooie ervaring om dit samen te doen!

Bij de laatste verzorgingspost, vlak voor de Muur van Maboge (die me achteraf ook erg meeviel), besloten we voor een tijd onder de 8 uur te gaan. De klim deden we rustig op ons eigen tempo, maar de laatste kilometers voor de finish waren één lange afdaling waar we flink vaart maakten. Nog een laatste technische afdaling naar de rivier, een laatste wateroversteek (blij dat ik een van Barry’s stokken had geleend, want anders was ik vast nog een keer gaan zwemmen) en een eindsprintje over de camping. Eindtijd: 7:59!

De afgelopen dagen heb ik na zitten denken hoe dit me nu zo gemakkelijk af kon gaan. Het resultaat is een lange lijst met bedankjes.

Ten eerste, dank je Ultra, dat je me van je rug af gooide begin mei, zodat ik mijn knie blesseerde, gedwongen werd rust te houden en kon ontdekken hoe goed krachttraining echt voor je is. Die extra kracht in mijn benen en bovenlijf heeft me zonder twijfel over de heuvels heen geholpen.

Dank je Barry voor het voorbeeld dat je gaf: dat je onmogelijk lijkende dingen kunt, als je het maar wilt.

Dank aan mijn collega Ronald, die me twee jaar geleden een filmpje van de Koning van Spanje trail liet zien, waar het allemaal mee begonnen is.

Dank aan de ultratrailclinic van MudSweatTrails waar ik op het spoor van de krachttraining ben gezet (maar zonder Ultra was ik daar nooit zo fanatiek in geworden).

Dank aan alle yogalessen waardoor ik alle spanning op elk gewenst moment uit mijn spieren kan laten wegvloeien, en de kunst versta om alleen die spieren te gebruiken die ik nodig heb.

Dank aan de sportvoeding van Innerme waardoor ik in al die acht uren geen enkele energiedip, geen honger, en geen last van mijn maag heb gehad. Volgens mij was mijn suikerspiegel zo vlak als Nederland. Briljant spul.

Maar ook vooral dank aan mezelf. Mijn luiheid, waardoor ik vooral niet teveel train en erg goed ben in rustdagjes inlassen en taperen. Mijn natuurlijke neiging om altijd vooruit te kijken en daarnaar te handelen, waardoor ik deze trail perfect gedoseerd heb. Mijn hang naar harmonie, met mezelf en de natuur. Waardoor dit geen gevecht werd, met de modder, de gladde stenen, de steile heuvels of met mezelf – maar een ontspannen bezigheid, een perfect in het hier en nu zijn, bijna een 8 uur durende, actieve meditatie.

Dankzij dit alles heb ik helemaal zelf mijn eerste ultratrail voltooid. Voorlopig ben ik even een gelukkig mens.